Veel Leidenaren herinneren zich nog het struinen door het warenhuis van Vroom & Dreesmann (V&D). Snoep en cd’s op de begane grond, kleding op de verdiepingen en aan het begin van het schooljaar de vaste gang naar de schoolcampus bovenin het gebouw. Een kop koffie of een broodje in het restaurant maakte het bezoek compleet. Inmiddels is het al weer even geleden dat de deuren sloten en wacht zowel het gebouw als de Leidenaren op een nieuwe invulling.
Het warenhuis werd in 1887 opgericht door de Amsterdammers Willem Vroom en Anton Dreesmann. In Leiden vestigde V&D zich voor het eerst in 1903, op de hoek van de Aalmarkt (nr. 28) en de Maarsmansteeg. Deze periode markeert een bredere ontwikkeling, waarbij het stadscentrum – net als in veel andere steden – veranderde van woongebied naar winkelgebied.


Het Leidse filiaal stond bekend als Magazijn De Zon, een naam die later voor alle V&D-panden werd gebruikt. Al snel breidde het warenhuis zich uit naar de naastgelegen panden aan de Aalmarkt. In 1930 was vrijwel het gehele gevelrijtje, met uitzondering van De Waag, in handen van V&D.
Zes jaar later werden deze panden gesloopt en verrees het huidige warenhuisgebouw, dat inmiddels een monumentale status heeft. De uitbreiding beperkte zich niet tot de Aalmarkt: stap voor stap werd het hele bouwblok bij het complex betrokken. Rond 1909 werd voor het eerst een pand aan de Breestraat toegevoegd, waardoor een directe verbinding ontstond tussen de Breestraat en de Aalmarkt via het warenhuis.

Deze route veranderde opnieuw in 1962, toen ook het pand De Vergulden Turk werd aangekocht. Vanaf dat moment fungeerde dit pand als hoofdentree aan de Breestraat. Zowel in de gevels als in het interieur bleef zichtbaar dat het warenhuis was opgebouwd uit meerdere, oorspronkelijk zelfstandige panden.
In 1963 kreeg architectenbureau Kirch, Hermans en Van der Eerden de opdracht om ook aan de Breestraat alles te slopen en plaats te maken voor een geheel nieuw, eigentijds complex. Door hevig maatschappelijk verzet is dit plan uiteindelijk niet uitgevoerd.

Wel werd in 1980 de voorgevel van De Vergulden Turk ontdaan van de zogeheten Arkel van Jesse. Een ingreep die, bezien vanuit het huidige erfgoedbeleid, waarschijnlijk nooit meer zou zijn toegestaan. Het pand bleef deels toegankelijk voor het publiek, terwijl in de kelder, verdiepingen en zolder de tijd als het ware stil bleef staan. Wie daar rondliep, waande zich nog steeds in de 18e eeuw.
Toen het volledige bouwblok uiteindelijk in handen kwam van een ontwikkelingsmaatschappij, bleef V&D huurder op de bestaande locatie. Het bouwblok werd grondig gerenoveerd, waarbij verschillende historische onderdelen alsnog verdwenen of werden geïntegreerd in de nieuwbouw. Dat het zo snel bergafwaarts zou gaan met het warenhuis, was toen niet te voorzien.
De ontwikkelingen van de bebouwing aan de Breestraatzijde tussen de Maarsman- en Mandemakerssteeg




