Home

Bureau

Diensten

Projecten

Downloads

Contact

Bouwhistorische onderzoek Zandvoort | vm. Koloniehuis

object:

bouwjaar:

opdrachtgever:

architect:

werkzaamheden:

datum:

 

omschrijving:

Koloniehuis Kostverloren ca 1881 / 1922

Gemeente Zandvoort

NU | Projectontwikkeling

STIJNVANDENBOOGAARD ARCHITECTURE

bouwhistorische verkenning

medio 2017

 

 

Aan het einde van de 19e eeuw ontstonden nieuwe inzichten op het gebied van de gezondheidszorg. Naar buitenlands voorbeeld werden in 1882 enkele artikelen geschreven door de arts S. Coronel  in het Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde en Het Handelsblad. (bron: Beer, F. de; 1883 Vakantiekolonies voor bleekneusjes en zenuwpeesjes, Van ondervoeding naar overgewicht, 2012). Hierin werd gepleit  om lichamelijk zwakke kinderen voor enige tijd naar zee of een bosrijke omgeving te sturen. De eerste uitzendingen van kinderen naar de zogenaamde vacantiekolonies in Austerlitz en Egmond aan zee vonden plaats in 1883. Uiteindelijk zijn er naar schatting ruim 800.000 kinderen in de daaropvolgende jaren naar verschillende koloniën gestuurd om aan te sterken van ondervoeding tot ziekten als TBC. Na de eerste proefuitzendingen werd op 19 november 1884 de ‘Amsterdamsche Vereniging voor Gezondheids- en Vacantie Kolonies’ opgericht door mr. A. Kerdijk (bron: A.C. Bos, Gezondheids-Kolonies,   Eene bijdrage tot de verbreiding van de kennis dezer instellingen van maatschappelijk belang (Egmond 1899) p. 49-55) met als doel: door een verblijf van eenige weken in gezonde buitenlucht, onder doeltreffende leiding, het lichamelijk en geestelijk welzijn te bevorderen van schoolgaande kinderen, die aan zulk een verblijf behoefte hebben.

 

Fase 0 1881 - 1922

De boerderij Costverloren werd in 1881 gesloopt en het terrein verkaveld in 52 percelen voor villa’s door architect A.L. van Gent uit Amsterdam. (Bron: Bloeme, F; Kostverloren Wandelpark, periode 1880-1945) Behalve villa’s werd er ook een café-restaurant gebouwd langs de toenmalig geheten Kostverlorenstraatweg door de lokale aannemer D. Zuiderhoek. Binnen zes jaar viel het doek al voor het café-restaurant en werd het pand op 12 mei 1887 voor Fl. 10.000,- verkocht aan de Amsterdamsche Vereeniging voor Gezondheids en Vacantie Kolonies, dat (Bron: Bloeme, F; Kostverloren Wandelpark, periode 1880-1945) bij de ‘Worlds Fair 1887’ fl. 36.710,- aan donaties wist op te halen. (bron: A.C. Bos, Gezondheids-Kolonies,  Eene bijdrage tot de verbreiding van de kennis dezer instellingen van maatschappelijk belang (Egmond 1899) 49-55).

Behalve het koloniehuis aan de Kostverlorenstraat werd de vereniging ook eigenaar van een koloniehuis in Den Dolder en later vermoedelijk ook in Zeist. (Bron: Archief Amsterdam, overzicht) ‘Het Herstellingsoord Kostverloren’ kan dan ook als een van de eerste koloniehuizen worden gezien waarin alleen al jaarlijks ongeveer 300 Amsterdamse schoolkinderen verbleven. (Bron: http://resources.huygens.knaw.nl/armenzorg/gids/vereniging)

Het voormalige café-restaurant is in vorm nog terug te vinden in de plattegronden van de kelder, begane grond en eerste verdieping. Het was gebouwd in de toenmalig gebruikte Chaletstijl, een architectuurstroming die veel gebruikt werd bij landelijk gelegen woningen. Hoogstwaarschijnlijk zal het interieur indertijd enigszins zijn aangepast, maar hier zijn geen verdere gegevens van. Behalve de bleekneusjes die hier in de zomermaanden verbleven werd het pand tijdens WO I ook in gebruik genomen als onderkomen voor Belgische vluchtelingen. (Bron: Bloeme, F; Filantropische instellingen in Zandvoort) In 1920 werden twee ruimten geschikt gemaakt voor de start van een Christelijke basisschool die hier tot de zomer van 1921 bleef.

 

Fase 1: 1922 - 1923

In 1922/1923 werden plannen gemaakt om het pand uit te breiden en te verbouwen. Van de beide zijvleugels werd de schuine kap vervangen door een plat dak. Tevens werden ze op de begane grond aan de achterzijde uitgebouwd waarmee de achtergevel in een rechte lijn kwam te liggen. De kap met de bekende profileringen van de chaletstijl van het middenstuk werd vervangen door een moderne kap voorzien van dakkapellen met terrasdeuren.

 

Fase 2  1927-1929

Tijdens een bestuursvergadering op 20 april 1927 werd besloten het pand te slopen en een heel nieuw pand te laten optrekken. Het koloniehuis in Den Dolder werd verkocht om voldoende financiële middelen te hebben om de nieuwbouw te bekostigen. Ook de Gemeente Amsterdam, de Provincie en diverse sympathisanten betaalden mee aan het nieuwe pand. De Leidse architect Bernard Buurman die aangetrokken was voor het project ontwierp verschillende plannen. Het definitieve plan is voor het overgrote deel in de huidige situatie nog aanwezig. Opvallend hierbij is de beslissing het oude pand niet te slopen maar op te nemen in zijn ontwerp waardoor ook de oorspronkelijke opzet uit 1881 nog steeds aanwezig is. Vermoedelijk hebben kosten hier een rol gespeeld omdat in deze tijd materialen overwegend duurder waren dan arbeidsloon. De bestaande kelder werd uitgebreid met een extra ruimte en de trap naar de kelder werd verplaatst. Hierboven kwam, in het midden van de achtergevel, het centrale trappenhuis. Tevens kreeg het pand een extra verdieping waardoor het uiteindelijk zes slaapkamers had voor tien kinderen per ruimte, naastgelegen kamertjes voor zieke kinderen en leidsters. Aan de achterzijde kwam alsnog nieuwbouw voorzien van kleedkamers en een gymzaal.

Buurman hanteerde, net als in veel van zijn andere ontwerpen, ook hier de functionele architectuurstijl waarbij de nadruk ligt op het rechtlijnige horizontale lijnenspel met enkele verticale onderbrekingen. Bij andere gebouwen in dezelfde trant pastte hij ook vaak lange dunne gele bakstenen toe met terugliggende voeg om de horizontale gelaagdheid nog meer te versterken. Vanwege de verschillende metselwerken is Buurman hier genoodzaakt geweest de gevels te stucken en vermoedelijk wit te schilderen overeenkomstig de contemporaine opvattingen binnen deze architectuurstroming. Langs de zijgevels werden, net als bij de voorgangers, de verdiepingen voorzien van een balkon met vluchttrappen. In 1929 werd het pand in gebruik genomen.

 

Fase 3  1940 - 1949

Op 10 mei 1940 werd het pand ontruimd en werden de Amsterdamse kinderen teruggestuurd naar hun ouders. Het werd vervolgens in eerste instantie in gebruik genomen door de Stichting Groot-Kijkduin die weg moest uit hun eigen onderkomen. In 1942 werd het pand in gebruik genomen door de bezetter die hun paarden in de inmiddels verdwenen speelhal stalden. Er zouden gevangen zijn gehouden in de kelders. (Bron: Bloeme, F; Filantropische instellingen in Zandvoort) Na de bevrijding werd het pand gebruikt om kinderen van NSB-ers, als jeugdige politieke deliquenten, te huisvesten. Het gebouw werd omgedoopt en kreeg de toepasselijke naam ‘De Tweesprong’. In 1948 kreeg de stichting weer de beschikking over het pand en daarmee kwam ook de oude naam terug. Voor de opening op 2 augustus 1949 werd het pand nog verbouwd door de firma J. Sluisdam & Zonen. (Bron: Bloeme, F; Filantropische instellingen in Zandvoort)  Vermoedelijk ging het hier alleen om een enkele binnenwand en afwerkingen en zijn deze bij latere aanpassingen verdwenen.

 

Fase 4  1963 - 1964

In 1963 werd het pand opnieuw verbouwd onder leiding van architect G. De Klerk uit Amsterdam. Enkele natte ruimten werden op alle bouwlagen toegevoegd aan weerszijden van het trappenhuis. Tevens werden op de verdiepingen enkele grote ruimten opgesplitst door het toevoegen van nieuwe binnenwanden. Vermoedelijk is de verbouwing ook aanleiding geweest de vakantiewoning te hernoemen als eerbetoon aan de vrij plotseling overleden Dr. G. J. Planting in 1964 (12 juli 1918 – 1 dec. 1946). Deze huis- en later schoolarts werd na zijn promotieonderzoek naar de betekenis van het schoolverzuim voor de schoolgeneeskunde hoofd van de G.G. en G.D. van Amsterdam op de afdeling Kinderhygiëne. (bron: Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde, 2 januari 1965, p. 53)

 

Fase 5  1975 – tot heden

In de jaren erna volgden nog enkele wijzigingen aan het pand. De meeste waren zijn klein van aard of zijn door nog jongere verbouwingen weer verwijderd. Zo werden er in 1975 nog enkele binnenwanden dichtgemaakt en kwam er in 1978 een lift in het gebouw. Bij een van de recente verbouwingen werd de aanbouw met bijkeuken tegen de linkergevel verwijderd waardoor de voormalige binnenwand op de begane grond nu als buitengevel fungeert. Tevens zijn alle afwerkingen en binnendeuren in een recente periode aangepast of vervangen. De balkons aan de zijgevels zijn verdwenen en de kozijnen met balkondeuren vervangen.

 

 

Contact informatie:
a
 
t
m
e
Schelpenkade 13 
2313 ZT Leiden
(071) 5 147 337
(06) 41 884 179
[email protected]

KvK-nummer: 57516006

 

volg ons ook op:
Overige informatie:

Reinoud Boter staat ingeschreven in de Kwaliteitsregister

van de Bond Nederlandse Bouwhistorici (BNB)