Home

Bureau

Diensten

Projecten

Downloads

Contact

Bouwhistorische onderzoek Warmond | De Kaagsociëteit

object:

bouwjaar:

opdrachtgever:

architect:

werkzaamheden:

datum:

 

omschrijving:

Sociëteit de Kaag

Gemeente Teijlingen (Warmond)

Koninklijke Watersportvereniging De Kaag

architektenburo Marcel van Dijk

bouwhistorische verkenning

eind 2017

 

 

Voor het ontstaan van de Kagerplassen moet men ver terug in de tijd. Tot ver na de Romeinse tijd kende het westen en noorden van Nederland verschillende overstromingen waarbij de zee zijn weg vond tot aan de Utrechtse heuvelrug. Dit gebied, net achter de oude strandwallen waarop ook Warmond ligt, bestond hoofdzakelijk uit moerassige veengebieden met verschillende kanalen en beekjes. Met de komst van meer bewoners uit Oost-Europa (voornamelijk het huidige Duitsland) en de daardoor groeiende behoefte aan voedsel kwam er vanaf ca 1000 na Christus een grote ontginningsgolf. De veenlanden die op dat moment nog hoger lagen dan het zeeniveau werden voorzien van sloten om het overtollige water af te voeren. Het gevolg van de zakkende veengronden leidde opnieuw tot overstromingen. Vermoedelijk heeft de stormvloed uit 1134 geleid tot het ontstaan van de Haarlemmermeer en de Kagerplassen. Het dorp de Kaag, dat ‘buitendijks land’ betekent (bron: wikipedia.nl) en ten noorden van deze plassen ligt, komt in de geschiedenis voor het eerst voor in 1308 (bron: Plaatsengids.nl)  Om verder verlies van grond te voorkomen werden de verschillende eilanden voorzien van dijken met molens.

Door het dichtslibben van de Oude Rijn bij Katwijk werden de meren en rivieren als de Zijl en de Leede belangrijke handelsroutes naar het noorden en de Noordzee.

 

In 1622 werden plannen gemaakt om een groot deel van de plassen droog te malen. Hiervoor maakte Jan Pietersz Dou een kaart van het gebied en schreef in de bovenhoek:

 

Ick Ian Pieters Sõo Dou geSworen Landtmeter getuyge mits deSen dat ick ten verSoucke van de MeeSteren en Regenten van den huySSitten huySe binnen de Stadt Leyden, by InSpectie (de maet mt groFF te gebruycken) gecaerteert hebbe de wateren genaemt het Sweylandt, de Keever, mette Eijmerspoel, met een dyck daer omme afgebeelt, sulx deSelve wateren bepoldert en tot drooch landt gemaect Soude mogen werden, met byvouginge van alle de omStandige gelegentheden, oock afteykeninge van een Nieuwe vaert vant eynde van de Rechte Syll totte Laeck, en voorts totte Noremeer, Syn den voorn[oemde] wateren by my te same groot beraemt omtrent twehondert vyftich morgens, des oorconden desen geteyht opten XVIII en Decemb[e]r XVI tweentwintig by mij J Pieters Dou

 

Het is niet duidelijk wat de precieze reden is geweest, maar mogelijk had het Stadsbestuur van Leiden bezwaar tegen het verlies van viswateren, net als bij de plannen voor de drooglegging van de Haarlemmermeer in deze tijd door Leeghwater. Deze laatste is alsnog halverwege de 19e eeuw uitgevoerd waarmee de Kagerplassen een zelfstandig merengebied werden.

 

Dat er bewoning gestaan heeft op deze plaats is terug te vinden op de eerste kaarten van dit gebied uit 1610 van Floris Balthazar. (Bron: Kaartboek van de hoogheemraadschappen van Rijnland, Delfland, Schieland, gemeten en in kaart gebragt door Mr. Floris Balthasar. Bron: NA. Inv. 4 VTH, nummer F) Tevens worden ze aangegeven op de kaart van Johannes Dou (zoon van Jan Pieterszoon) die dit deel van de polder tussen 1642 en 1648 in kaart bracht. Het grondgebied met daarop drie huizen is eigendom van Jan Willemsz. Visser, inwoner van de stad Leiden. (Noot: de huizen dienen gezien te worden als indicatie van bebouwing. Ze zijn veelal niet representatief voor de exacte bebouwing.)

Het gebied werd tussen 1669 opnieuw ingemeten in opdracht van de Heer van Warmond, waarop wederom boerderijen ingetekend werden op dit stuk grond.

Afgaande op de gebruikelijke ontwikkeling van de boerderijen in deze streek, die al rond deze periode gingen specialiseren als melkveehouderijen was de boerderij van het Hallehuis type met woongedeelte aan de noordzijde. Hier achter zal een werkruimte en mogelijke stal hebben gestaan. Op een van de vroege afbeeldingen van het pand met daarop de noordgevel is de indeling van kelder met opkamer duidelijk af te lezen. Ook is er nog een kruisvenster aanwezig direct onder de nok. Dit maakt het samen met het kaartmateriaal aannemelijk dat de oorspronkelijke opzet van het pand behoort tot de eerste helft van de 17e eeuw.

 

Op basis van de aangetroffen baksteen en lagenmaat in de noordgevel lijkt een datering halverwege de 18e eeuw op zijn plaats. Er dient echter rekening te worden gehouden met het feit dat men op het platteland vaker afwijkingen te vinden zijn of dat men uit kostenoverwegingen andere partijen baksteen aankocht. De kadastrale minuut uit 1818 lijkt de bebouwing in de 18e eeuw in elk geval te bevestigen.

Gezien de smalle langgerekte afmetingen van de aanbouw lijkt het hier niet om een zogenaamd zomer- of kaashuis te gaan dat veelvuldig voorkwam maar eerder een (varkens)stal en/of karnmolen.

 

De kadastrale minuut dateert uit 1818 en geeft meer informatie met betrekking tot de gebouwen. Achter de boerderij is een kleiner gebouw dat vermoedelijk een schuur of stal was. Ten zuid-oosten van de boerderij was nog een gebouw. Uit de bijbehorende OAT lijst is op te maken dat het stuk grond behoorde aan Dirk de Bruyn en Gijsje Boekee. Zij bezaten behalve het huis met erf ook het stuk grond dat nu behoort tot Sweilandpolder 1 en vroeger een boomgaard was. In hoeverre zij ook in het bezit waren van een veestapel is onduidelijk. Weiland in de Sweilandpolder bezaten zij niet maar het was niet ongebruikelijk dat boeren dit huurden of de koeien met boten naar andere polders brachten.

Na hun kwam het stuk grond in handen van Pieter van der Geest en zijn vrouw Klaasje van Gent. Behalve dit stuk grond bezaten zij meerdere boerderijen (waaronder de buurpanden en gronden ten noorden van de boerderij) en landerijen, zowel in dit gebied als in Alkemade. (Afschrift kadaster, openbaar register, Hyp4 dl 338 nr 15). Na hun overlijden kwam het pand, samen met enkele weilanden in het gebied, in handen van hun jongste zoon.

 

Aan het begin van deze eeuw werd de boerderij verschillende keren kort na elkaar verkocht. Als eerste op 2 oktober 1912 ging de boerderij over van Jacobus naar Johannes van der Geest voor een bedrag van Fl 10.000,-. Hierbij waren ook verschillende weilanden. De boerderij werd omschreven als een bouwmanswoning met schuren en hooibergen. (Afschrift kadaster, openbaar register, Hyp4 dl 868 nr 53). Vier jaar later verkocht Johannes de boerderij met schuren en een stuk water aan de Haagse Dominicus Sala voor een bedrag van Fl. 2500,-. . (Afschrift kadaster, openbaar register, Hyp4 dl 912 nr 96). Dat hij koopman is van beroep blijkt onder meer uit het gegeven dat het pand binnen een jaar op 2 mei 1917 verkoop werd aan Johannes Cornelis van Hoolwerf voor een bedrag van Fl. 4500,- . (Afschrift kadaster, openbaar register, Hyp4 dl 923 nr 95). Daarnaast kocht Hoolwerf van de naastgelegen heer van Schie een stuk grond voor Fl. 3.000,- waarna hij alles op naam zette van ‘De Naamloze Vennootschap, Hotel Restaurant de Kaag’. (Afschrift kadaster, openbaar register, Hyp4 dl 935 nr 88)

 

Zeven jaar eerder werd op initiatief van Hoolwerf op 14 oktober 1910 de Zeil-, Roei- en Motorsportvereeniging ‘de Kaag’ opgericht. (Bron: gedenkboek Koninklijke Watersport Vereniging De Kaag, 1910-1985. P.10). De vereniging begon met 59 leden en mocht zich vanaf 1917 Koninklijk noemen.

 

De boerderij die in 1917 werd aangekocht werd toen verbouwd tot restaurant. De kelder bleef gehandhaafd en rechts ervan kwam een buffet. Aan de voorgevel kwam een biljartzaaltje en zitruimte. Het restaurant was op de plaats van de huidige keuken. Bewoning, die vermoedelijk al eerder naar de rechterzijde was verplaatst bleef op deze plaats. Rechts naast de voormalige boerderij kwam een dames- en herentoilet met daaraan vast een schuur.

 

Aan de achterzijde werden twee uitbouwen gerealiseerd. Achter de kelder en buffet kwam een eenvoudige rechthoekige schuur. Daarnaast kwam er een aanbouw achter het woongedeelte.

 

De groei van de vereniging en het toenemend toerisme op het water zorgde voor een nieuwe ontwikkelingen. In 1931 werden plannen ingediend om het restaurant grootscheeps te verbouwen. Het pand kreeg toen zijn kenmerkende koepel die samen met de al in 1921 gebouwde starttoren een belangrijke identiteit geeft aan sociëteit De Kaag. Ondanks de moderne ronde vorm, de lantaarn, het siermetselwerk en de grote aluminium vensters behield het pand zijn agrarische karakter door de rieten kappen en roedeverdelingen in de ramen.

Contact informatie:
a
 
t
m
e
Schelpenkade 13 
2313 ZT Leiden
(071) 5 147 337
(06) 41 884 179
[email protected]

KvK-nummer: 57516006

 

volg ons ook op:
Overige informatie:

Reinoud Boter staat ingeschreven in de Kwaliteitsregister

van de Bond Nederlandse Bouwhistorici (BNB)