Home

Bureau

Diensten

Projecten

Downloads

Contact

Bouwhistorisch onderzoek Leiden | Hogewoerd 106 / 108

object:

bouwjaar:

opdrachtgever:

architect:

werkzaamheden:

datum:

 

omschrijving:

Studentenvereniging (vm. woonhuizen)

1660

Eigenaar

Architectenburo Marcel van Dijk

bouwhistorische verkenning

eind 2017

 

 

De Hogewoerd behoort tot de oude verbindingsweg van Utrecht naar Katwijk langs de zuidzijde van de Rijn. De weg komt op de oudstekaarten al voor met de naam Hoich-woirt (1440) en is afgeleid uit het oud nederlands woirt of wurt. Dit betekend een strook laag liggend terrein dat diende als uiterwaarde. Aangezien de weg hier is verhoogd is er sprake van de Hogewoerd. (bron: Driessen; Leidsche straatnamen, historisch toegelicht)

Het stuk vanaf de oostzijde van de Breestraat tot de Kraaierstraat werd in een van de eerste uitbreidingen van de Middeleeuwse stad opgenomen. Ter hoogte van de huidige Kraaierstraat kwam het bolwerk te liggen met de hierop de Hogewoerdse poort. Hiervoor werd de Nieuwe Rijn een stukje verlegd. (Bron: Oerle; Leiden binnen en buiten de stadvesten) In de vergadering van 4 februari 1658 brachten de burgemeesters de plannen op tafel voor een nieuwe stadsvergroting (Bron: Oerle; Leiden binnen en buiten de stadvesten, p 368) aan de oost en zuidzijde van de stad waarmee de huidige binnenstad zijn uiteindelijke vorm heeft gekregen. De Hogewoerdse poort die in 1835 nog vernieuwd was, wordt afgebroken en ter plaatse van de huidige Plantage opnieuw opgebouwd. De straat zelf wordt verlengd en krijgt de zelfde naam. Lange tijd wordt er onderscheid gemaakt tussen de oude Hogewoerd en de geordonneerde Hogewoerd.

De stukken grond van verschillende eigenaren werd door de landmeter Johannes Dou in kaart gebracht en door de stad opgekocht. Op zijn ontwerpkaarten met de te veilen percelen in 1660 wordt het stukje grond waartoe ook de panden van de SSR toe behoren als Fase I aangeduid met daarbij de tekst “reeds verkocht”. Vermoedelijk is dit stuk grond sneller gegaan doordat het bolwerk al eigendom was van de Stad Leiden.

 

 

Zoals aangegeven behoort het stuk grond met de huidige en nieuw pand aan de Utrechtse Veer van de vereniging SSR, tot de eerste percelen die op 23 oktober 1660 door de stad Leiden werden geveild. Het grondgebied van Hogewoerd 106 em 108 als ook het huidige Utrechtse veer 3 was oorspronkelijk opgedeeld in 4 stukken grond. De Burgemeestern ende Regeerders der Stad Leyden verkopen het stuk grond van de huidige Hogewoerd 106 aan Jannetge Mekater, weduwe van Lambert van der Vuyck voor Fl. 566,82. (Bron: inv.nr 6640; SAII 0501A) Zij laat op dit stuk een nieuw huis bouwen. De linker helft van Hogewoerd 108 is gebouwd op een stuk erf dat werd opgekocht door Jan Willemsz. van der Stoffe voor een bedrag van Fl. 1810,-. Het perceel loopt van de Hogewoerd door tot aan de Utrechtse Veer waarbij hij alleen op het voorste deel een pand laat bouwen. Het terrein achter de woning blijft lange tijd onbebouwd.

Het grondstuk onder het rechter pand van Hogewoerd 108 wordt gekocht door meester-timmerman (Noot: In deze periode zijn het vaak de ambachtsmeesters die als grondspeculanten aankopen doen en er onder hun eigen beheer woningen bouwen. De ambachtsmeesters hebben vaak de leiding op de bouw maar waren ook verantwoordelijk voor het ontwerp. De splitsing tussen architect en aannemer begint pas in de tweede helft van de 19e eeuw) Maerten Fransz Baten voor een bedrag Fl. 448,-. Na de bouw van het woonhuis verkoopt hij het direct door aan de bakker Melis Fransz de Winter voor Fl. 2.184,- (noot: De Winter was bakker van beroep. Hij bezat meerdere panden in de stad, vermoedelijk als belegging. Deze beroepsgroep zien we regelmatig terug als beleggers in panden). Het terrein erachter, wat in de huidige situatie behoort tot Etrechtse Veer 3, wordt gekocht door meerster metselaar Arent Veenlant.

 

 

De verschillende panden verwisselen regelmatig van eigenaar. Sommige hebben er vermoedelijk zelf gewoond, andere als beleggingsobject die het vervolgens verhuurde.  Op 17 mei 1704 koopt Johan Wolffgang Bronk beide percelen op van de Hogewoerd 108 (bron: Elfde Register, fol. 1-233, bon Zuid-Rijnevest., archiefnummer 501A, ~Stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen; Registratie van onroerend goed 1585-1816 (1819), inventarisnummer 6635, blad 40v) Twee jaar later, op 19 december 1706, krijgt hij ook de gelegenheid om het achterliggende huis van Veenlant op te kopen. Hiermee wordt het totale perceel van Hogewoerd 108 met dat van de huidige Utrechtse Veer 3 verheeld.

Vermoedelijk verheeld Johan Wolffgang Bronk de panden zoals gebruikelijk in de deze periode. Er zijn echter door de huidige afwerkingen en latere verbouwingen ten tijde van het onderzoek geen aanwijzingen voor gevonden. Op de voorgevel van Hogewoerd 108 wordt in de volgende fase ingegaan.

 

 

Op 12 mei 1725 koopt Adriana van Leeuwen de panden van Bronck. Het is goed mogelijk dat zij het pand opnieuw laat verbouwen waarbij ook een nieuwe gevel wordt aangebracht. Adriana woont zelf tot haar huwelijk op 29 november 1726 met de predikant Barthelomeus Bosch in Den Haag (Bron: Trouwen Gerecht K. 1725 - juli 1737., archiefnummer1004, Schepenhuwelijken (1592-1795), inventarisnummer 206, bladK - 041v) waarna ze hun intrek in het pand nemen. De symmetrie van de gevel en gootconsolen passen bij de Lodewijk XIV-stijl uit de eerste helft van de 18e eeuw. Het metselwerk en fijne houtsnijwerk van het middenpartij doet eerder een latere bouwperiode vermoeden.

 

 

Adriana van Leeuwen overlijd al redelijk snel (exacte datum is niet bekend) en kinderloos waarop haar goederen, waaronder ook een buitenplaats Saenendrift in Alphen aan de Rijn (bron: website buitenplaatsen in Nederland). Bosch koopt daarna verschillende panden aan, zowel binnen dit bouwblok aan de Hogewoerd als elders is de stad. In juli 1737 trouwt hij met Catharina Immerzeel met wie hij drie kinderen krijgt. Jan Barthelomeus, Adriana Kornelia en Maria Jacomina. In 1848 koopt de zus van Catharina, Maria Immerzeel het naast gelegen pand Hogewoerd 106. Zij is peettante van Jacomina aan wie ze Hogewoerd 106 dan ook na laat bij haar overlijden in 1885. Jacomina verkoopt het huis vrijwel direct voor fl. 12700,-. (bron: Elfde Register, fol. 1-233, bon Zuid-Rijnevest., archiefnummer 501A, ~Stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen; Registratie van onroerend goed 1585-1816 (1819), inventarisnummer 6635, blad 40v ) Mogelijk verbouwt ze met dit geld haar eigen woonhuis Hogewoerd 108 dat ze 3 jaar daarvoor heeft geërfd van haar moeder. Hierin blijft ze wonen tot haar dood in 1812. (bron: Overlijden 1812., archiefnummer 501A, ARCHIEF VAN HET ALGEMEEN EN DAGELIJKS BESTUUR, (1253) 1574-1816 (1897); Archivalia van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, (1799) 1811-1816 (1819), inventarisnummer 7422)

 

 

Jacomina laat bij haar overlijden veel bezit achter. Niet alleen van haar zelf maar ook van haar man Michael van der Meersch. Meerdere woningen in het bouwblok inclusief haar eigen woning worden verdeeld over haar erfgenamen maar blijven onbewoond. (Leydsche Courant; 29 augustus 1817, p2). Kosten voor het onderhoud worden door de erfgenamen niet betaald waardoor loodgieter Barend van der Horn een deurwaarder inschakelt. Na uitblijven van betalingen wordt het huis, inclusief twee woningen aan de Utrechtse Veer door de rechtbank afgenomen en geveild. Deze wordt gekocht door Pieter de Haan voor Fl. 200,-. Wanneer hij het pand in26 januari 1822 laat veilen brengt het huis een bedrag van fl. 4252,- op. (Bron: NL-LdnRAL_AR_507_164_0290) Het huis wordt als volgt omschreven:

“Een kapitaal, extra groot, ruimt, hecht, sterk en zeer wel doortimmerd dubbel Huis en Erve, voorzien van schoonen ruime Gang, belegd met marmeren Zerken (Platen), voorts van diverse Spatzeuse behangen en onbehangene Boven- en beneden Kamers en Vertrekken, ruime Keuken, Uitmuntende Kelder, twee binnenplaatsen, ruime zolders, Provisie- Knechts- en Meiden- Kamers en verdere offices, staande en gelegen op de Hoogewoerd en uitkomende met twee ruimende Vertrekken aan de nieuwen Rijn, belend aan ….”

Deze situatie lijkt ook overeen te komen met de aangetroffen blauwdrukken in het openbaar bouwarchief van de gemeente Leiden. De kelder licht vermoedelijk onder het linker woonhuis dan vandaag de dag nog een hogere vloer heeft dat de overige ruimten op de begane grond.

Het pand wordt opgekocht door Jacob van Leeuwen die ook de naastgelegen panden aan de Utrechtse Veer op koopt. Het achterdeel waar het huidige Utrechtse Veer 3 staat, worden pakhuizen.

 

Van verheling met Hogewoerd 106 is nog geen sprake. Dit woonhuis, dat direct door Jacomina in 1885 werd verkocht, wordt ten tijde van de rechtszaken bewoond door Jan van der Zon. Er is geen rede tot aanname dat dit pand in deze periode is verbouwd.

Op 4 december 1832 wordt Hogewoerd 108 verkocht aan de Curatoren van de Rijksuniversiteit.

 

 

Koning Willem I gaf in de geleerden opdracht tot het verzamelen van stukken uit China, Indonesië (Nederlands Indië) en Japan. Dit leidde tot het oprichten van het ‘s Rijks Enthnographisch Museum (het uiteindelijke Rijksmuseaum voor Volkenkunde) dat hier aan de Hogewoerd 108 te Leiden in 1837 de deuren opende. De arts Philipp Franz von Siebold die zich voornamelijk op het Japanse deel richtte, werd de eerste directeur tot 1859. Of het pand direct bij aanvang werd verbouwd lijkt aannemelijk, echter zijn hiervoor geen gegevens aangetroffen. Ook de exacte tijdstip van verheling met Hogewoerd 106 niet. Afgaande van de (enkele) 19e eeuwse bouwkundige elementen die in beide panden nog resteren mag aangenomen worden dat de verheling en grote verbouwing pas heeft plaats gehad in de jaren 80 van deze eeuw. In 1881 sloot het museum de deuren voor een grootscheepse reorganisatie. (bron: Leydsche Courant 25 januari 1889; p1+2). Deze duurde, langer dan gepland, tot 1883 en was ook toen nog niet volledig opengesteld.

Het museum dat voorheen volledig ondergebracht was op de Hogewoerd 108 werd naderhand, mede door de toename van de collecties, onder verschillende panden in Leiden ondergebracht.

Bij de opening in de kranten worden de indeling omschreven waaruit is op te maken dat de begane grond twee grote zalen had. De overloop op de eerste verdieping zou eveneens een grote ruimte zijn met aan de achterzijde een kleinere ruimte. Vermoedelijk is ook de ronde spiltrap in deze periode aangebracht die de zolderverdieping ontsloot. Bij het bezoek van Koningin Emma en prinses Wilhelmina in 1897 is er in de krantenberichten op te maken dat er een spiltrap was naar de bovenste verdieping. (Bron: Leidsch Dagblad; 30 september 1897, p9) Bij hun bezoek aan het Ethnographisch museum aan de Hoogewoerd gaan ze eerst bij de concierge B. Gaykema langs voordat ze naar de directiekamer gaan. Deze woont naast het museum dat hoogstwaarschijnlijk  op Hogewoerd 106 is gevestigd(Bron: Leidsch Dagblad; 3 juli 1905, p1). Aannemelijk is dat de directiekamer een van grotere ruimten is aan de voorzijde op de eerste verdieping.

 

 

Aan de Utrechtse Veer 3 wordt in 1918  een transportbedrijf opgericht door Chris Groenewegen (bron: Leidsch Dagblad; 21 juni 1982; p3.). Vermoedelijk heeft hij het deel opgekocht en er nieuw pand neer gezet dat later is verbouwd. Aan het open terrein kwam daarmee een einde. In 1946 nemen zijn zoons Bert en Piet Groenewegen het bedrijf over. Het museum trekt zich steeds verder terug uit het pand en zoekt zijn onderkomen elders in de stad, waarna het uiteindelijk in het voormalige Academisch Ziekenhuis wordt ondergebracht. Na de firma Langezaal en Zn die hier vanaf Hogewoerd 110 in 1929 hun magazijn en Kachelsmederij uitbreiden komt het pand in oktober 1936 in handen van W. F. van Wijk die hier een dansschool vestigt. Behalve danslessen worden de zalen ook verhuurd voor verschillende evenementen.

 

 

In 1954 betrekt de Sociëteit S.C.R.E.D. (dat in 1984 de naar S.S.R. – Leiden krijgt) de zolder aan de Hogewoerd 108. Op de eerste verdieping is boven de dansschool een pastadrogerij gevestigd. (Bron: http://www.sols-leiden.nl/geschiedenis). Vijf jaar later kopen ze het pand samen met Hogewoerd 106 aan en breidt de studentenvereniging langzaam uit naar de andere verdiepingen.

Na het overleiden van Piet Groenewegen afgelopen jaar, krijgt de vereniging ook dit het pand aan de Utrechtse Veer 3 in handen waardoor het wederom verheeld wordt.

 

 

Contact informatie:
a
 
t
m
e
Schelpenkade 13 
2313 ZT Leiden
(071) 5 147 337
(06) 41 884 179
[email protected]

KvK-nummer: 57516006

 

volg ons ook op:
Overige informatie:

Reinoud Boter staat ingeschreven in de Kwaliteitsregister

van de Bond Nederlandse Bouwhistorici (BNB)