Home

Bureau

Diensten

Projecten

Downloads

Offerte

bouwhistorische opname Leiden | "Het Gortergebouw"

object:

bouwjaar:

opdrachtgever:

architect:

werkzaamheden:

datum:

 

omschrijving:

voormalige laboratorium

1941

Amvest

Groupalive

bouwhistorische verkenning

medio 2016

 

 

Nadat het Academisch Ziekenhuis aan de Steenstraat (het huidige Museum van Volkenkunde) sterk was verouderd, werd achter het Centraal Station in 1920 de bouw begonnen van een nieuw ziekenhuis. Hierbij was niet alleen behoefte aan verzorging van patiënten, maar ook aan laboratoriumruimten. Dit zogenaamde Cité Médicale was een complex van verschillende gebouwen en breidde zich decennia lang uit. Zo kwamen er onder meer laboratoria voor anatomie (1923), pathologie (1925), biochemie (1957) en fysiologie (1959). (Bron: Wederopbouw in Leiden, p. 118 t/m 128). Het Gortergebouw was nauw verweven met de Faculteit geneeskunde van de Universiteit (maar geen onderdeel hiervan), waardoor de locatie voor het pand voor de hand lag.

 

Omdat het Instituut niet direct verbonden was aan de Leidse Universiteit bekeek de nieuwe directie verschillende panden  in Amsterdam, Delft en Utrecht. Geen van de panden was geschikt waardoor het Fonds besloot grond aan te kopen in De Bilt en de Bilthovense architect ir. H.F. Mertens opdracht te geven om plannen te maken. Maar omdat het Utrechts Universitair Medisch Centrum al een eigen laboratorium had voor preventieve geneeskunde en de Leidse Universiteit niet blij was met het vertrek, bood deze een gedeelte van hun terrein aan in erfpacht en grenzend aan het Boerhaavekwartier voor de nieuwbouw.  Voor de bouw was een bedrag beschikbaar gesteld van fl. 250.000,-. Op 28 Februari 1940, 10 weken voor het begin van de oorlog werd opdracht gegeven aan aannemersbedrijf Boele en van Eesteren en ontwierp ing. C. Smets het ventilatie- en verwarmingssysteem. Het ontwerp behelsde alleen de laagbouw van twee verdiepingen. Uitgangspunt was dat iedereen zich er thuis zou moeten voelen, zowel student, werknemer als bezoeker en er goede gelegenheid was voor werken, vergaderen, studeren en onderzoeken. Op de begane grond en eerste verdieping kwamen de diverse ruimten voor de verschillende laboratoria die instituut rijk was. De zolder werd ingericht als museum. Om het instituut goed te laten lopen was een algemeen directeur nodig. Voor hem werd rechts aan het pand een woning gebouwd, die tegenwoordig  huisnummer 58 heeft.

Op 21 juni 1941 werd het Instituut in kleine kring, zonder enige plechtigheid, in gebruik genomen.

 

Bij de opening van het nieuwe gebouw waren er drie afdelingen, namelijk bacteriologie en experimentele pathologie, hygiëne en arbeidsfysiologie, en genetica. Er was bij het ontwerp al rekening gehouden met een eventuele vierde afdeling, maar er kwamen in het eerste jaar al twee afdelingen bij. Ook de samenwerking met nationale en internationale partijen nam toe waardoor er al snel ruimte te kort was. Al in de oorlogsperiode werden door architect Mertens plannen gemaakt voor nieuwe uitbreidingen in, op en naast het pand. Intussen werden intern de problemen vooral opgelost door herindelingen en herinrichting. Nieuwe afdelingen kregen hoofdzakelijk elders in Leiden onderdak. In 1952 werden plannen gemaakt om het pand met een extra verdieping te verhogen en een nieuwe uitbreiding te realiseren achter het gebouw. Een nieuwe directeurswoning werd eveneens elders op het terrein gebouwd. (Bron: indieningstekeningen in het openbaar bouwregister, maar dossiers liggen door elkaar heen). Waarom van deze plannen werd afgezien is niet duidelijk. Mogelijk omdat men toch twijfelde aan de capaciteit gezien de nog grotere uitbreiding die vanaf 1953 werd gebouwd door Wernink’s Beton Mi.j te Leiden voor een aanneemsom van fl. 1.300.000,-. De uitbreiding bestond hoofdzakelijk uit een gelijk ontwerp, maar dan langer en met vier verdiepingen, de zogenaamde hoogbouw. Op beide uiteinden van de aanbouw kwamen de trappen en sanitaire ruimten. Door het pand, net als het eerste gebouw, te voorzien van een kolommenstuctuur kon het interieur naar gelang de behoeften worden ingedeeld. Enkele wanden werden wel als vaste wand aangebracht in verband met de winddruk. (Bron, teksten op tekeningen in het bouwdossier van Gemeente Leiden, Bouwen en Wonen.) Achter de entree kwam een aanbouw met op de begane grond een kantine en op de verdieping een collegezaal. Deze werd met de hoogbouw verbonden door een corridor op de begane grond en eerste verdieping.

 

Per 1 januari 1960 werd het wetenschappelijk beheer van het Instituut overgedragen aan gezondheidsorganisatie TNO en in 1966 geheel opgenomen in de TNO-organisatie. (bron 1929-1969- Veertig jaar nipg, p.11)

Behalve verschillende kleine wijzigingen kwam er pas in 1989 een grootscheepse verbouwing waarbij de kap van de laagbouw werd aangepast. Hierdoor kwam er aan de achterzijde een volwaardige verdieping erbij met extra ramen. Ook het interieur werd volledig veranderd.

 

Na de aanpassingen van het dak waren er tussen 1990 en 2014 nog enkele kleine wijzigingen in het gebouw. Hierbij werden enkele dragende wanden verwijderd en met name bij de corridor en collegezaal wanden gewijzigd en kozijnen aangepast. Ook kwamen er brandtrappen aan de buitengevels, waardoor oude gevelopeningen kwamen  te vervallen en nieuwe werden aangebracht.

Het gebouw werd in 2014 door TNO verlaten na diverse bezuinigingen. Hierna werd het gebouw ingericht voor tijdelijke opvang van asielzoekers die inmiddels ook weer elders ondergebracht zijn.

 

Heeft u vragen?

Neem  gerust  vrijblijvend  contact  met  ons  op:

Bezoekadres:
Zoeterwoudesweg 23N 
2321 GM Leiden
Postadres:
Schelpenkade 13 
2313 ZT Leiden
Telefoon:
071 5147337
Mobiel:
06 41884179  (Reinoud Boter)
email:
bureau@moned.nl

KvK-nummer: 57516006