Home

Bureau

Diensten

Projecten

Downloads

Offerte

bouwhistorische verkenning Oegstgeest | vm. portierswoning

object:

bouwjaar:

opdrachtgever:

architect:

werkzaamheden:

datum:

 

omschrijving:

dienstwoning

1849

particulier

architectenburo Marcel van Dijk

bouwhistorisch onderzoek

3e kwart 2015

 

 

Kasteel Endegeest met enkele landerijen ligt samen met Oegstgeest en Poelgeest op een van de oude duinen tussen Leiden en Katwijk. De duinen werden in vroeger tijden geesten genoemd waar de plaatsnamen weer van zijn afgeleid.  Endegeest betekent letterlijk ‘einde van de geestgrond’ (Bron: www.kasteelendegeest.nl). Net als over de andere duinruggen van de geestgronden liepen er doorgaande wegen van noord naar zuid. De weg waarlangs de woning staat werd in de 17e eeuw ‘Den Morsch Dijk’ of ‘Mors Dam’ genoemd. De Morsdijk werd vermoedelijk pas eind 18e eeuw opgenomen in ‘route de la Haye a Amsterdam’ en wordt daarna de Straatweg genoemd. Deze kaart geeft de Heerlijkheid Endegeest weer waar het huidige huisje in een latere fase deel van gaat uitmaken. Een gelijke kaart uit omstreeks 1868, getekend door Gevers van Endegeest, geeft de situatie weer van de kadastrale minuut uit 1808. Het huisje wordt in 1849 op een stukje grond gebouwd dat uiterst links van de weg ligt. De oorspronkelijke bestemming was bos ten behoeve van hakhout. De erfgrenzen komen nog steeds overeen met de oude situatie.

 

 

Het onderzochte pand maakt deel uit van de voormalige Heerlijkheid Endegeest. Deze landerijen werden, samen met het kasteel en de boerenhoeven, in 1800 eigendom van mr. Dirck Cornelis Gevers van Endegeest, schepen en pensionaris van Rotterdam voor de prijs van fl. 38.000,-. In 1838 ruilde hij Endegeest met zijn zoon Daniël Théodore Gevers voor een groot stuk grond in Oegstgeest en Sassenheim. Zowel Dirck als zijn twee broers werden belangrijke personen in de Haagse politiek. Daniël werd op achtjarige leeftijd naar Zuid-Frankrijk (Sorèze) gestuurd voor een begin van zijn opleiding. Bij terugkomst in Nederland werd de opleiding vervolgd op de Latijnse school te Haarlem waarna de Academie in Leiden volgde. Op ‘advies’ van Koning Willem I ging Daniël werken als advocaat om zo meer ervaring op te doen voordat hij de politiek in zou gaan. Na twee jaar besloot hij de zogenaamde Grand Tour te maken door Europa waar hij vele vorsten en ook de Paus ontmoette. Bij thuiskomst in Nederland werd hij door Koning Willem I aangesteld als lid van de Raad van State en begon hij zijn carrière  in Den Haag. Als lid van de Tweede Kamer hield hij zich bezig met waterstaat, landbouw, economie en defensie. Verder was hij onder meer lid van de Eerste Kamer, minister van Buitenlandse Zaken, voorzitter van de Commissie inzake de droogmaking van de Haarlemmermeer, werkte hij bij het Hoogheemraadschap van Rijnland en was hij curator van de Leidse Universiteit. Daarnaast werd hij geridderd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, het Grootkruis Orde van de Eikenkroon en het Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw.

In 1828 trouwde Daniël Gevers met jonkvrouw Margaretha Johanna Deutz van Assendelft. Zij is in Oegstgeest en omstreken vooral bekend door de oprichting van scholen waaronder de Gevers-Deutz bewaarschool uit 1875. Het zijn haar initialen en naam die terugkomen op de gevelsteen van het onderzochte pand. Behalve dat Daniël zich had gespecialiseerd in de water- en landbouw was hij ook tekenaar.

In 1830 werd Gevers door Koning Willem I als Kapitein en bevelhebber van de Haagse Schutterij op de Tiendaagse veldtocht gestuurd om de Belgische opstand neer te slaan. Hij gebruikte die tijd echter vooral om topografische tekeningen te maken en tekeningen van portretten en interieurs. Ook zijn er in het archief van Erfgoed Leiden diverse schetsen van zijn hand voor de tuinaanleg op Endegeest, daterend uit 1816 en aangepast in 1842.

In 1850 mocht hij zich heer van Oegstgeest en Poelgeest noemen nadat hij ook die heerlijkheden van de stad Leiden had gekocht. Ook de buitenplaats Oud-Poelgeest kocht hij; alleen om te voorkomen dat zich hier een kostschool zou vestigen.

 

 

In 1848 werd dit huisje gebouwd als dienstwoning behorende bij Endegeest. Het betreft hier een zeer vroeg voorbeeld van de zogenaamde Chaletstijl. Deze benaming wordt over het algemeen toegepast bij grotere landhuizen/villa’s van het einde van de 19e eeuw. Villa’s hadden door hun plaatsing buiten de stad meer associaties met de natuur er omheen waarvoor deze architectuurstijl,  met elementen als overstekende geprofileerde daken en balkonnetjes, heel geschikt was. Dat de chaletstijl ook voor deze dienstwoning is gekozen is niet verwonderlijk omdat Daniël Gevers op dat moment ook bezig was met de aanleg van de Engelse landschapstuin op Endegeest. Ook andere voormalige dienstwoningen op het terrein hebben deze architectuurstijl, net als de Gevers-Deutz bewaarschool uit 1875. Bij andere voorbeelden van deze vroege Chalet-stijl lijkt de combinatie van tuin en kleine (dienst)-woning steeds van toepassing. Voorbeelden zijn jachthuis Raaphorst in Wassenaar uit 1860 van architect H.H.A. Wentzel, ‘Backershage’ (het hertenhuisje) in Wassenaar (vermoedelijk van dezelfde architect) en dienstwoning Boschbeek in Santpoort uit 1837, vermoedelijk ontworpen door J.W. Zocher. Gevers zal ongetwijfeld via zijn werk en relaties met het Koninklijk Huis al vroeg in aanraking zijn gekomen met deze stijl. Het is dan ook niet ondenkbaar dat hij het huisje zelf heeft ontworpen of dat hij een van de eerder genoemde architecten heeft ingeschakeld.

 

Rond de 19e eeuw woonde dienstpersoneel in de regel op het kasteel en meestal op zolder of in de kelder. Aparte dienstwoningen zijn in deze periode eerder een luxe dan algemeen gebruik. Gezien de scheidingswand in het midden van de woning, samen met een dubbel schoorsteenkanaal, is het niet uit te sluiten dat het gebouwd is voor twee gezinnen. Exacte gegevens zijn hier niet over bekend. De gebruikte materialen voor de gevels en kap zijn uit deze periode. Hoewel Philibertspanten al rond 1561 ontwikkeld zijn door Philibert de l’Orme in Frankrijk werden ze pas vanaf eind 18e eeuw toegepast in Nederland. In eerste instantie vooral bij militaire gebouwen en vanaf de eerste helft 19e eeuw ook bij stallen en boerderijen.

 

 

Daniël Theodoor Gevers van Endegeest overleed in 1877. Nadat ook zijn vrouw Margaretha Johanna Deutz van Assendelft in 1895 was overleden en zij geen kinderen hadden, kwam het landgoed in handen van een kleinzoon van zijn jongere broer. Deze verkocht het voor fl. 75.000,- aan de gemeente Leiden die hier een psychiatrische inrichting vestigde (BRON: BIE, P. de; Daniël Théodore Jhr. van Gevers van Endegeest. www.dodenakkers.nl/beroemd/politiek/115-gevers.html.). Het huisje ging dienst doen als portierswoning en werd dan ook vermoedelijk verbouwd. De vensters werden vervangen door de huidige T-vensters. (De oorspronkelijke roedeverdeling van de vorige ramen kunnen we nog zien aan de raamblinden aan de binnenzijde van de woning). De buitenluiken zijn dan nog niet aangebracht. Aan de achterzijde kwam een houten schuur en het dakvlak aan de achtergevel liep hierover door. De trap naar de zolder kwam rechts van de entreedeur met daaronder een keukentje. Het toilet was aan de buitenzijde, achter de woning.

 

 

In 1914 werd het huisje gemoderniseerd. De gang bij de entree werd verkleind waardoor het schuifvenster in de rechtergevel naar het midden opschoof. Aan de achtergevel kwam een stenen uitbreiding met slaapkamer en een gesloten keuken. Ook het toilet werd in de uitbouw opgenomen. De kelder bleef vanaf de woon/slaapkamer toegankelijk. Raamblinden werden vervangen voor raamluiken aan de buitenzijde. De slaapkamer in de uitbouw kreeg een schuifvenster.

 

Heeft u vragen?

Neem  gerust  vrijblijvend  contact  met  ons  op:

Bezoekadres:
Zoeterwoudesweg 23N 
2321 GM Leiden
Postadres:
Schelpenkade 13 
2313 ZT Leiden
Telefoon:
071 5147337
Mobiel:
06 41884179  (Reinoud Boter)
email:
bureau@moned.nl

KvK-nummer: 57516006