Home

Bureau

Diensten

Projecten

Downloads

Offerte

bouwhistorische verkenning Den Haag | Prinsessegracht & Nieuwe Uitleg

object:

bouwjaar:

opdrachtgever:

architect:

werkzaamheden:

datum:

 

omschrijving:

woonhuis

begin 18e eeuw

Haaglanden Bouwadvies

Haaglanden Bouwadvies

bouwhistorische verkenning met waardestelling

november 2016

 

 

In de 17e en 18e eeuw nam de bevolking in ’s Gravenhage toe waardoor ruimtegebrek ontstond binnen de toenmalige stadsgrenzen. Uitbreiding van Den Haag kwam tot stand in de zogenaamde ‘Nieuwe Uitlegginge’. (bron: Rijksgebouwendienst; Bouwhistorische documentatie en waardebepaling Prinsessegracht 28). Een stuk van de Plantage werd met het doorgraven van de Oostsingelgracht, de later genoemde oude Prinsessegracht, bij de stad getrokken en bouwrijp gemaakt. Het plan kwam van de Grafelijkheids rekenkamer. (Bron: VOM-reeks 1988 nummer; Prinsessegracht 29, Een monumentaal interieur). Zij verdeelden het gebied in 31 kleine en 11 grote kavels. De openbare verkoop vond plaats op 17 februari 1705.

 

 

Een exact bouwjaar van de woning is niet bekend. Hoewel de bouw van de grote woningen aan de Prinsessegracht binnen 8 jaar voltooid diende te zijn, (Bron: VOM-reeks 1988 nummer; Prinsessegracht 29, Een monumentaal interieur p. 7). duurde het bij de meeste woningen tot ver in de jaren 20 van de 18e eeuw voordat ze klaar waren. De meeste nieuwe eigenaren waren van Joods-Portugese afkomst die al eerder, samen met Marot, in deze stadsuitbreiding de synagoge lieten bouwen. (bron: Rijksgebouwendienst; Bouwhistorische documentatie en waardebepaling Prinsessegracht 28). Enkelen van hen verkochten de bouwgrond door aan ‘projectontwikkelaars’ waaronder verschillende ambachtslieden die ook verantwoordelijk waren voor de bouw.  Zij stonden onder leiding van meestertimmerman Jacob van Dijk en na zijn dood in 1716 van meestermetselaar Johannes Wapperom. Het ontwerp van de panden aan dit deel van de Prinsessegracht wordt toegekend aan architect Daniël Marot. (Bron: VOM-reeks 1988 nummer; Prinsessegracht 29, Een monumentaal interieur p. 7).  Zo zijn er ook gravuren bewaard gebleven die van zijn hand zijn. Dit is een plausibele verklaring voor de eenheid in gevelindeling van Prinsessegracht 33 en Nieuwe Uitleg 37 aan de buitenzijde, en het verschil aan de binnenzijde.

 

 

Het pand is als woonhuis gebouwd en in die hoedanigheid ook lange tijd gebruikt. Wie de bewoners en eigenaren waren in de eerste fase is niet bekend. Uit de OAT-lijsten behorende bij de kadastrale minuut blijkt dat het pand rond 1817 eigendom was van notaris Willem van der Bergh. Hij woonde toen zelf met zijn vrouw Johanna Kool op de Grote Markt en had het pand, net als vele boerderijen, huizenblokken en verschillende grachtenpanden, als belegging aangeschaft. Na de dood van zijn vrouw in 1849 ging het pand als:

Een huis met erven en tuin, stallingen en Koetshuis, staande en gelegen aan de westzijde van de Prinsessengracht te ’s Gravenhage naar een van de kinderen, Willem Samuël van der Bergh die het vermoedelijk met zijn broers Johannes en Hendrik verruilde voor een ander pand. (bron: Afschrift openbaar register Hyp4 dl 127 nr 14 reeks S_GRAVENHAGE)

 

 

Ook de broers gebruikten het pand als belegging en verhuurden Prinsessegracht 33. Of zij ook het pand verbouwden is niet bekend. Er zijn geen sporen aangetroffen die daar naar verwijzen. Op 12 maart 1866 verkochten de broers het pand aan Francois Willem Cornelis Blom voor fl. 20.500,- (bron: Afschrift openbaar register Hyp4 dl 365 nr 25 reeks S_GRAVENHAGE). Bij de verkoop is er geen sprake meer van tuin en stallingen waardoor aangenomen mag worden dat dit inmiddels gesplitst was van de woning.

Blom was eveneens een particuliere belegger die het pand verhuurde. Bij zijn dood in 1877 bleek dat hij ook de belendingen Nieuwe Uitleg 37 en 36 in zijn bezit had. Gezien de gelijke aanpassingen van de gevels van Prinsessegracht en Nieuwe Uitleg 37 lijkt het logisch om te veronderstellen dat hij hiervoor verantwoordelijk is geweest. Ook de architectuur van de aanpassingen pasten in dit tijdsbeeld. Bij de veiling van het huis na zijn dood werd ook nog het volgende artikel opgenomen (bron: Afschrift openbaar register Hyp4 dl 841 nr 46 reeks S_GRAVENHAGE):

De kooper van perceel nummero een (Prinsessengracht 33) zal verplicht zijn om over te nemen vier overramen, vijf buitenstores (zonwering), met kapspanten en twee vaste haarden inde benedenrui[mte] tezamen voor de som van drie honderd zestig gulden, als twede het geschilderde schuifraam in de antieke beneden achterkamer voor de som van honderd vijftig gulden welke bedrag van vijfhonderd tien gulden doordien kooper mach worden voldaan gelijktijdig met de kooppenningen en boven en behalve dezelfde.

 

 

Het pand werd net als de andere drie geveild en aangekocht door huisschilder Karel August van Schaijk.(bron: Afschrift openbaar register Hyp4 dl 841 nr 46 reeks S_GRAVENHAGE). Na zijn dood werd het pand opnieuw geveild door de nazaten. Het pand werd nu uitgebreid omschreven:

 

Een aanzienlijk, uitmuntend onderhouden en doelmatig ingericht dubbel huis, erven en tuin staande en gelegen te ’s Gravenhage aan de Prinsessegracht nummer 33 met een riant uitzicht over de Maliebaan.

Het huis bevat in een droog onderhuis, hetwelk een uitgang in den tuin en op de straat heeft, ruime keuken, dienstboden kamer, badkamer, wijnkelders, provisiekamers, kalen (?) en tufbakken, op de eerste etage wit marmeren vestibule, drie kamers waarvan twee ensuite, eetkamer met trap naar de tuin, benevens spreekkamer; op de tweede étage: vier kamers boven vier kamers, benevens flinken zolder met dienstboden kamer en twee bergplaatsen.

Het bevat voorts vele vaste kasten, ruime en lichte gangen, gas en waterleiding, verwarmingsketel en verdere gemakken, welke naar een deftige en aangename .. vereist worden, terwijl de kamers meerendeels van plafonds zijn voorzien (de eetkamer van een gecaissonneerd) evenals van stookplaatsen met marmeren schoorsteenmantels

 

Hoewel de omschrijving niet exact vermeld dat van Schaijck het pand verbouwd heeft, is gezien alle aanpassingen in het huis wel aannemelijk. Mede door zijn beroep en de vele meubelmakers in zijn familie lijkt hij de aangewezen persoon die voor de verbouwing en het aanbrengen van het cassetteplafond verantwoordelijkwas. Het pand werd verkocht aan advocaat en procureur Johannes Addink

 

In 1903 werd de ‘Nederlandsche bankinstelling voor waarden belast met vruchtgebruik en periodieke uitkeeringen’ te ’s-Gravenhage opgericht. Het was de eerste bank die leningen verstrekte onder waarborg van onroerend goed of hypothecaire leningen of andere schulden. Ze vestigden zich aan Korte Voorhout 18. Vanwege het succes werd dit pand te klein en kochten ze Prinsessegracht 33 op 30 oktober 1906 in april van dat jaar voor een bedrag van f. 52.500,-  (bron: Afschrift openbaar register Hyp4 dl 1257 nr 4 reeks S_GRAVENHAGE). In 1907 trokken ze in het pand. Aan de achtergevel werd een spijzenlift aangebracht van souterrain tot eerste verdieping. Mogelijk werd de bovenverdieping in eerste instantie bewoond door een directielid, iets wat vaker voorkwam bij bedrijfspanden in deze periode. Ook het souterrain werd bewoond, ondanks de kluizen die hier werden aangebracht. (Bron: indiening 17 september 1929)

 

 

Op 17 september 1929 werd een vergunning aangevraagd voor het plaatsen van een tambour aan de voorgevel. Hoewel de bijbehorende tekeningen alleen deze ingreep weergeven is uit de tekst op te maken dat de bankinstelling alleen nog op Prinsessegracht 33 kantoor had. Zij breidden uiteindelijk ook door naar de buurpanden Prinsessegracht 32 en Nieuwe Uitleg 37. De tweede en zolderverdieping van Nieuwe Uitleg 37 werden in eerste instantie bewoond door het echtpaar Schipper die ook de kantoren schoonmaakten. Op de tweede verdieping zijn ook restanten te zien van een mogelijke gang tussen de voor- en achterkamer ten behoeve van een verbinding tussen Prinsessegracht 32 en 33. Ook werd het trapbordes op de bovenste verdieping aangepast toen er doorbraken kwamen met de tweede verdieping van Nieuwe Uitleg 37. In hoeverre er ook op andere verdiepingen doorbraken zijn geweest is niet met zekerheid te zeggen. Behalve de doorbraken werd het pand ook nog verder aangepast voor kantoor zoals door het aanbrengen van diverse systeemplafonds.

 

 

Aanvullend onderzoek

Heeft u vragen?

Neem  gerust  vrijblijvend  contact  met  ons  op:

Bezoekadres:
Zoeterwoudesweg 23N 
2321 GM Leiden
Postadres:
Schelpenkade 13 
2313 ZT Leiden
Telefoon:
071 5147337
Mobiel:
06 41884179  (Reinoud Boter)
email:
bureau@moned.nl

KvK-nummer: 57516006