Home

Bureau

Diensten

Projecten

Downloads

Offerte

bouwhistorische verkenning Heijningen | Boerderij "Hellewijk"

object:

bouwjaar:

opdrachtgever:

architect:

werkzaamheden:

datum:

 

omschrijving:

boerderij

1583

DB Vastgoed

DB Vastgoed

kleur & bouwhistorisch onderzoek

medio 2015

 

 

In 1581 gaf de markies van Bergen op Zoom, Jan van Wittem, de gorzen ‘de Heijningen’ ter bedijking uit. (1. Voermans, M.A.M.; Het waterschap oud Heijningen, Regionaal archief West-Brabant). Hierdoor vermeerderde hij zijn domein en beveiligde ook de eerder ontgonnen polders Ruigenhil (in 1561) en Oude Fijnaart (in 1547). Toekomstige bewoners kregen het vruchtgebruik indien zij hun stukje gros bedijkten en jaarlijks onderhielden. Toen de markies in 1582 de kant van Spanje koos werden zijn bezittingen verbeurd verklaard en geschonken aan Willem van Oranje. De kopers van de 23 kavels van elk 75 gemeten ( circa 32,25 ha) dienden 21 Karolusgulden per gemet te betalen. In 1583 was de bedijking voltooid. Belangrijk was dat dit gebeurde voor de herfststormen het land weer onder water zouden zetten.

Voor zover bekend was ten tijde, en zelfs daarvoor, de enige woning op het gors, het zomerverblijf van de markies van Bergen op Zoom. Deze stond op een opgeworpen zandheuvel tussen de kreken in het midden van de gors. De hoeve waarvan de onderzochte woning onderdeel uit maakt, moet na de bedijkingen gebouwd zijn.

 

 

De omschrijving van het monument door de Rijkdienst Cultureel Erfgoed stelt dat het pand in de negentiende eeuw is gebouwd. Deze stelling van 43 jaar geleden is inmiddels achterhaald.

Vanaf de inpoldering van Oud Heijningen heeft dit stukje grond, dat bekend stond als hoeve Helwijk of Hellewijk, een belangrijke funktie gehad bij de inpoldering. Hier bevond zich de sluis die zorgde dat de polder droog bleef. Vanaf het begin van de bedijking moet hier bebouwing zijn geweest. Uit de benaming ‘hoeve Hel(le)wijk’ vallen een aantal zaken op te maken. De benaming wijk is een erfenis uit de Romeinse tijd (vicus) en werd gebruikt voor een klein dorp, gesticht of uitbreiding aan een stad. Een stuk omheind land (al dan niet adellijk) werd een hoeve genoemd. De benaming Hel komt waarschijnlijk van hul(len) of helen dat verbergen betekend. Hel of Hol betekent dus ‘een plek om je te verbergen’ (Hoekstra, M.J.; Huis, tuin en keuken, Wonen in woorden door de eeuwen heen, p 13, 36 en 63). Doordat enkele woningen hier verscholen lagen tussen de twee dijken, mogelijk bestaande uit een of twee boerderijen en een huis voor een sluiswachter of dijkgraaf, heeft het vermoedelijk de naam Hel(le)wijk gekregen.

Vanaf 1583 is veel in dit gebied gebeurd. Hierbij moet rekening worden gehouden  bij de faseringen. Zo speelde vanaf het begin de 80-jarige oorlog een grote rol, maar ook het beleg van de Fransen bij Willemstad in 1793, het onder water zetten van de landerijen tijdens de Eerste Wereldoorlog en vooral de watersnoodramp van 1 februari 1953.

 

 

Een exacte datum van de stichting van het woonhuis is niet bekend. Het grootste en oudste deel van het Waterschapsarchief  blijkt in 1919 ‘opgeruimd’ te zijn door de voormalige secretaris-penningmeester. (bron: Voermans, M.A.M., Het waterschap Oude Heijningen). De eerste bebouwingen die de naam Helwijk kregen kunnen houten huizen zijn geweest. De oprichting van het huidige stenen huis ligt hoogst waarschijnlijk midden in de  17e eeuw. Zo werden de toegepaste steenformaten vanaf het begin van de 16e-eeuw gebruikt in West-Brabant. (Vermeulen, R.A.J. Baksteenformaten door de jaren heen, deel I, Een andere kijk op grofkeramiek, Stichting historie grofkeramiek, p.25).  In 1645 waren door de Staten van Holland de minimale afmetingen vrijgegeven  van 16,9 x 8,5 x 3,3 cm (Stenvert, R.; Biografie van de Baksteen, p. 43) De hier toegepaste stenen wijken nog af en zijn over het algemeen 16 x 8 x 4 cm. Het standaardiseren van de stenen zal echter ook niet direct gebeurd zijn. Ook het gebruikte metselverband (kruis) met (klis)klezoren in de koppenlaag, met name in de raam en deurneggen, kwam vanaf de zeventiende eeuw regelmatig voor. De overgang naar drieklezoren, zoals de hoekoplossing aan de achterzijde en bij de raamneggen in de rechtergevel, is per streek sterk verschillend en kon doorlopen tot 1900.

Nog een reden om aan te nemen dat de bouwperiode in het midden van de 17e eeuw lag, is dat veel stedelingen hun geld belegden in land. De groei van o.a. meekrap, een plant waaruit de gelijknamige rode verfstof werd verkregen, vond hier plaats en was zeer winstgevend. Dit nam echter af sinds het midden van de 17e eeuw waardoor investeringen eveneens terug liepen. De laatste grote investering in deze eeuw lag aan de overzijde van de dijk bij de hoeve toen Aernout van Beaumont, betrokken bij het beheer van de bezittingen van de Prins van Oranje, in 1655 hier een groot stuk gors inpolderde. Op een kaveltekening van de Beaumont-polder uit 1721 staan de enkele aanzichten van boerderijen getekend in de aangrenzende polder ‘Oude Heijningen’. Deze zijn op een dusdanige plaats en manier getekend die sterk overeen komen met de locatie op latere kaarten en de huidige situatie. Bij het woonhuis dat getekend is, en ook de situatie van nu is er een hoogteverschil in vensters op de plek van de kelder. Wel zijn hier kruiskozijnen getekend met luiken in de onderste vakken. Daarnaast komt ook het hek aan de dijk met pad en brug, inclusief het water ervoor, overeen met de huidige situatie. Verder is opvallend dat er bij deze woningen, in tegenstelling tot de andere drie boerderijen, gekozen is voor een rood pannendak en grijze leien op het hoofdhuis. Samen met de duiventil (een privilege voor landheren en adel) aan de voorzijde, is het aannemelijk dat het hier gaat om een adellijk huis dat mogelijk alleen ‘s zomers werd bewoond. De andere woning zal dan bestemd geweest zijn voor permanente bewoning op het erf door een pachtboer en/of sluiswachter. Boerderijen staan in deze streek, in tegenstelling tot de rest van Nederland, vaker los van de schuur/stal. Dit is met name het geval bij de grotere boerderijen, zoals ook hier op het plaatje getekend is. De getekende verdieping komt niet overeen met de huidige situatie.

 

In 1772 was het pand eigendom van de Heer Anthonij van den Santheuvel Hendrikszoon, Scheepen van de stad Dordrecht en later ook burgemeester. Daarnaast was hij penningmeester van de maatschap ‘Eigenaren der Aanwassen onder Fijnaart’ van 1757 tot 1791. (bron: Goverde, W.A.M., inv. Archief van de Eigenaren der Aangewassen onder Fijnaart, 1651 tot 2001, streekarchief West-Brabant) Mogelijk woonde hij deze hele periode hier, waarna het verkocht werd aan Jan Jacobus Maris, een groot grondbezitter in deze regio. Op veel plaatsen in de woning is het verfwerk beschadigd waardoor restanten van een oudere kleur (donkergroen) tevoorschijn komen. Vermoedelijk is de woning dan ook in deze periode grondig verbouwd. Gezien de Franse invallen in deze periode en de belegeringen rondom Willemstad, kan het ook begin 19e eeuw geweest zijn.

Hierbij is vermoedelijk de binnenwand geplaatst die van voor- tot achtergevel loopt. Deze is voorzien van rode handvormstenen, gemetseld met een kalkvoeg in wildverband. Duidelijk was dat de wanden zouden worden afgewerkt met de nog aanwezige delen stuc- en schilderlagen. Hierop is met de donkergroene verf de lambrisering geschilderd. De woonkamer was kleiner en had een aparte ruimte met bedsteden die tegen de wand met de keuken waren gebouwd. De stookplaats in de opkamer lijkt in deze periode verdwenen, evenals de schoorsteen, om plaats te maken te voor een kleinere. Gezien de inwendige maatvoering van de rookgaskanalen in de woonkamer en slaapkamer hebben hier losse kachels gestaan. Mogelijk is bij deze laatste verbouwing ook de trap naar de zolder aangepast bij de eerste twee treden.

Opvallend is dat de entree niet in de voorgevel zit. Gezien de architectuur van de voorgevel zou dit wel aannemelijk zijn, maar ook de tekening uit 1727 geeft geen entree aan. Mogelijk dateren de hoge smalle ramen in de voorgevel uit deze periode. In de directe omgeving, aan de Zwingelspaansedijk nummers 10 en 16, stonden woningen die eveneens in de voorgevel smalle hoge ramen hadden. De entree zit hierbij in de zijgevel. Aan de ankers is te zien dat Zwingelspaansedijk 16 dateert uit 1789. Vele andere boerderijen in de omgeving hebben over het algemeen bredere vensters.

 

 

Tussen de perioden van grote bouwkundige aanpassingen is er nog een interieur-wijziging geweest. Dit is onder meer te zien aan de wandbespanningen  in de slaapkamer (0.05). De bestaande situatie, getekend op een bouwaanvraag uit 1956 geeft aan dat er aan de voorgevel twee rookgaskanalen zijn aangebracht. Een daarvan is aan de linkergevel nog aanwezig. Het metselwerk, een bezande vormbaksteen in formaat 20 x 10 x 55 cm, valt te dateren in de eerste helft van de 20e eeuw. De architectuur van de schouwen in zowel de woonkamer als de keuken passen eveneens in deze periode.

 

 

Heijningen is bij de watersnoodramp in 1953 een van de plaatsen die het zwaarst zijn getroffen. Op dat moment woonde de 75-jarige landbouwer Govert Cornelis Strootman in het pand. De dijkdoorbraak die grote delen van West-Brabant onder water zette was vlak naast deze woning. Welke schade aan de woning door de storm precies is toegebracht is niet bekend. Gezien de foto’s uit de omgeving is het ondenkbaar dat de woning er zonder schade vanaf is gekomen. Hoogst waarschijnlijk is de kap van de woning eraf geweest. De huidige is samengesteld uit verschillende hergebruikte balken. Veel gordingen zijn in de kleur groen geverfd, hebben sporen van pen- en gatverbindingen of verschillen qua afmeting. Ook de kapspanten lijken te zijn hergebruikt en er zijn toevoegingen gemaakt bij verbindingen met de gordingen. Zo zijn de korbelen aangepast in hoogte en komt telmerk IIII voor bij drie spanten. De bestaande situatie uit 1955 geeft aan dat er zelfs maar twee spanten op zolder waren. Het rookkanaal op de plekl van de voorgevel, is in de huidige situatie niet aanwezig en vloerdelen geven niet aan dat er een gezeten heeft. De hele kap lijkt dan ook in deze periode opnieuw te zijn aangebracht met hergebruik van materialen die, óf afkomstig waren uit het pand, maar vermoedelijk van elders.

Een jaar na de ramp overleed Govert en knapten zijn kinderen in 1955 de woning op. De bijbehorende tekening geeft aan dat er twee traptreden kwamen in de gang, rechtstreeks naar de opkamer. Gezien deze tekening en de huidige situatie is het aannemelijk dat de huidige wandafwerkingen (schroten) en kleurgebruik uit deze periode komen.

Heeft u vragen?

Neem  gerust  vrijblijvend  contact  met  ons  op:

Bezoekadres:
Zoeterwoudesweg 23N 
2321 GM Leiden
Postadres:
Schelpenkade 13 
2313 ZT Leiden
Telefoon:
071 5147337
Mobiel:
06 41884179  (Reinoud Boter)
email:
bureau@moned.nl

KvK-nummer: 57516006