Home

Bureau

Diensten

Projecten

Downloads

Offerte

bouwhistorische opname Leiden | vm. Wolpakhuis

object:

bouwjaar:

opdrachtgever:

architect:

werkzaamheden:

datum:

 

omschrijving:

pakhuis

1929

Streetlife

architectenburo Marcel van Dijk

bouwhistorisch onderzoek

medio 2015

 

 

De industrialisatie kwam in Nederland pas laat op gang. Fabrieken werden in veel gevallen in of net buiten de stadsvesten geplaatst. Ver buiten de stad was niet mogelijk vanwege de bereikbaarheid voor de ‘gewone’ arbeiders die alleen te voet de fabriek konden bereiken. Door de economische neergang in de steden, voorafgaande aan de industrialisatie, stonden veel wijken en arbeidershuisjes leeg. Het zijn met name deze huisjes die plaats maakten voor de industrie of opnieuw gingen dienen voor bewoning. Uitbreidingen werden vaak in de buurt van de eerste fabriek gezocht maar niet per definitie direct aangrenzend. De Leidsche Textielfabrieken Gebroeders Van Wijk & Co N.V. vond zijn oorsprong in 1815 aan de Kerksteeg als eerste fabriekje in wollen dekens. Tussen 1847 en de bouw van dit pakhuis in 1929, kwamen er diverse complexen bij zoals aan de Vestestraat en aan het Levendaal. In 1945 werd er ook nog een dekenfabriek aan de Kanaalweg gevestigd. De sajetfabriek was dus verspreid over Leiden. Het woord sajet is een afgeleide van de soldatenmantel. Dit was ook een van de redenen van bloei voorafgaande aan de WO-I en leidde tot een bezoek van Koningin Wilhelmina aan de fabriek.

 

Op 20 april 1929 werd door N.V. Hollandsche Constructiewerkplaatsen een verzoek ingediend tot verlenen van een vergunning voor het slopen van de percelen aan de Herengracht 36 en 38, om op de vrijgekomen grond een magazijn te bouwen. De Constructiewerkplaatsen deden dit verzoek in opdracht van de N.V. Textielfabrieken v/h gebr. Van Wijk & Co te Leiden. De te slopen percelen betroffen een kleine fabriek/loods voor opslag van brandstoffen en een naastgelegen woonhuis. Het pand, met de voorgevel aan de Herengracht werd opgebouwd door een staalskelet. Op de plek van de gevels en rondom het trappenhuis werden de vakken opgevuld door metselwerk. Aan de voorgevel, direct boven de grote driedelige entreedeur, werd een hijsinstallatie aangebracht. Hierdoor torende dit stuk gevel boven de rest uit. Dit is een latere fase afgebroken tot de huidige hoogte. De ramen zijn hoog geplaatst zodat het daglicht boven de opgeslagen goederen uitkwam. Volgens de redegevende omschrijving van de gemeente is het ontwerp gemaakt door B. Buurman, de collega en opvolger van W.C. Mulder. Deze laatste heeft vermoedelijk eerder voor de fabriek gewerkt. Hoewel de gevel in de karakteristieke architectuurstijl van het functionalisme is gebouwd  is niet in de archieven terug te vinden dat het van de hand van architect Buurman is. Ook andere architecten zijn niet genoemd in de vergunningsaanvragen. De aannemers Bik en Breedeveld uit Leiden heeft de tekeningen vervaardigd. Het is niet onmogelijk dat zij, samen met de N.V. Hollandsche Constructiewerkplaatsen het bouwwerk zowel ontworpen als gebouwd hebben.

 

De vergunning van april 1929 vermeldt alleen de percelen aan de Herengracht en niet de uitbouw naar de 3e Groenesteeg die haaks op de Herengracht staat. Deze aanvraag werd 6 juni van dat jaar gegund. Maar er zijn geen tekeningen meer terug te vinden. In december van dat jaar is nogmaals door de burgemeester een vergunning verleend voor het oprichten van een wolpakhuis aan de Herengracht. (LC d.d. 9-12-1929) Gezien de materialen en wijze van bouwen van de aanbouw is dit in dezelfde periode gebouwd of vlak daarna. Dat de aanbouw in het jaar erop gereed moet zijn gekomen blijkt wel uit de aanvraag van de gebr. Van Wijk eind 1930 voor het plaatsen van een luchtbrug over de 3e Groenesteeg naar hun fabriek aan de Vestestraat. Ook hiervoor ontbreken de vergunningsaanvragen terwijl deze in december wel als voorwaarden werden gesteld voor het bouwen ervan. De verbindingsbrug mocht niet breder zijn dan twee meter en hoger dan 2,5 meter. De onderzijde van de brug mocht niet lager zijn dan 9,5 meter boven het straatniveau. De aanvang van de werkzaamheden moest  gebeuren voor 1 mei 1931.(bron: Handelingen van de Raad 30 december 1930 p 4/5) Hoewel er geen tekeningen in het openbaar register zijn teruggevonden is de brug wel te zien op een luchtfoto uit 1949.

 

In 1947 werd op de 3e verdieping de textielschool gevestigd. Deze afdeling was onderdeel van de Ambachtsschool aan de Haagweg.

Ten behoeve van twee klaslokalen aan de voorgevel werd een scheidingswand gemaakt over de volle breedte van het pand. In het aangebouwde gedeelte kwamen enkele toiletgroepen. De leerlingen moesten tot 1951 de trappen nemen. Op 30 mei kreeg N.V. Textielfabrieken toestemming om een lift te plaatsen. Deze is nog steeds aanwezig. Twee jaar voor de fusie met Cranenburg & Van Heringa in 1957 werd tegen de voorgevel op de begane grond een deel van 10 x 6 meter afgestaan aan het energiebedrijf EWR. Hier kwam, door sterk toenemend gebruik van elektronische apparaten, een van de vele transformatorhuisjes in de binnenstad.

 

In de ochtend op dinsdag 23 oktober 1962 ontstond brand als gevolg van een kortsluiting in een van de snijmachines. Dit apparaat stond op de eerste verdieping. Het pand was nog steeds eigendom van de gebroeders van Wijk & Heringa, maar er was inmiddels ook een dependance gevestigd van de Internationale Kunststoffen Industrie uit Voorschoten. Door de hijsinstallatie aan de voorgevel had het vuur zich uitgebreid over alle verdiepingen. Van de 66 personeelsleden die op dat moment aanwezig waren hadden er drie lichte verwondingen opgelopen.

Het staalskelet was door de hitte dermate gaan uitzetten dat dit scheuren heeft veroorzaakt in de achtergevel. Deze werd daarna gestut. Doordat het vuur met vijf brandweerkorpsen rond 2 uur in de middag weer onder controle was en het staal niet was bezweken is het pand niet in elkaar gestort. De machines op de eerste verdieping functioneerden nog waarna de afdeling terug verhuisd is naar Voorschoten. Vroom en Dreesmann die de fabriek op de andere hoek als opslag huurde, nam het pand over. Op 22 april 1963 vroeg V&D een bouwvergunning aan. Met de brand vers in het geheugen werd de hijsinstallatie verwijderd en werden de vloeropeningen gesloten met beton. Tegelijkertijd werd een tweede trappenhuis aangebracht aan de voorgevel. Deze situatie is nog steeds hetzelfde.

De luchtbrug tussen de beide panden van Vroom en Dreesmann kwam in 1964 te vervallen nadat het andere deel van de fabriek aan de Vestestraat door brand werd verwoest.

 

In 1973 had de stichting Migrantencentra het plan om hier 150 buitenlandse werknemers te vestigen. Enkele bewoners kwamen hier tegen in het geweer, met name omdat zij het pand hiervoor ongeschikt achten. Zij pleitten, gezien de brandschade die het tien jaar eerder opliep, voor nieuwbouw. Maar het Rijk kocht het pand. De Rijksgebouwendienst (distr. Leiden) aan de Herengracht 20 vroeg op 4 maart 1975 een bouwvergunning aan om het pand geschikt te maken als museumdepôt. Uit de tekeningen blijkt dat diverse binnenwanden gesloopt werden om plaats te maken voor nieuwe wanden. De gevel aan de Groenesteeg werd gerestaureerd en de garagedeur werd vervangen door de huidige. Het plan werd echter op welstandsgronden afgekeurd. “De commissie acht het dichtmetselen van de ramen op deze plaats in de binnenstad architectonisch onaanvaardbaar” (BV 12320/1 d.d. 10 maart 1975). Na persoonlijk overleg tussen de Rijksgebouwendienst en de welstandscommissie werd alsnog goedkeuring verleend om de ramen aan de achterzijde te blinderen met als voorwaarde dat de achtergevel gepleisterd moest worden in een Bentheimer kleur en daarbij een V-groefverdeling moest komen overeenkomstig de bestaande roedeverdeling. (BV 12320/5 d.d. 5 augustus 1975)

In 1979 kwam de tekening binnen voor de bestaande en nieuwe situatie waarbij het risalerende middendeel van de voorgevel, daar waar de hijsinstallatie zat, werd verwijderd. Hierdoor is de opbouw gelijk getrokken met de rest van de dakrand. Motivatie hiervoor ontbreekt, eveneens als voor het bepleisteren van de achtergevel.

Heeft u vragen?

Neem  gerust  vrijblijvend  contact  met  ons  op:

Bezoekadres:
Zoeterwoudesweg 23N 
2321 GM Leiden
Postadres:
Schelpenkade 13 
2313 ZT Leiden
Telefoon:
071 5147337
Mobiel:
06 41884179  (Reinoud Boter)
email:
bureau@moned.nl

KvK-nummer: 57516006