Home

Bureau

Diensten

Projecten

Downloads

Offerte

Bouwhistorisch onderzoek Oegstgeest | "Klein Curium"

object:

bouwjaar:

opdrachtgever:

architect:

werkzaamheden:

datum:

 

omschrijving:

Hofstede Duinzicht

15e eeuws

Partikulier

Marcel van Dijk, Oegstgeest

Bouwhistorisch onderzoek

december 2016

 

 

Het pand ligt langs een van de oudste routes van Leiden naar Haarlem. Het ligt op een van de zandruggen van de oude duinen die circa 11.700 jaar geleden zijn ontstaan. De weg wordt op oude kaarten aangegeven als Heerenwegh of Heereweg. De benaming Heer komt vermoedelijk uit het oud-Nederlands en betekend leger. (Bron: h􀆩 p://www.awn-beverwijk-heemskerk.nl/pdf/Heerenweg9A.pdf). Veelal betreffen het oude Keltische handelsroutes die tijdens de Romeinse periode zijn verbeterd om zo grotere legers te kunnen verplaatsen. Later werden deze gebruikt door de Graven van Holland. Bebouwing langs deze weg was dan ook logisch. Met name herbergen waren in vroegere tijden hier te vinden waaronder de naastgelegen Graaf Maurits en Het Wapen van Oegstgeest. In latere fasen werd de benaming veranderd in Oegstgeesterweg en daarna  Rhijngeesterstraatweg.

 

Een exact bouwjaar van de eerste bouwfase is (nog) niet bekend. Het aangetroffen metselwerk van de zuidgevel en eerste deel van de noordgevel geven de indicatie dat dit gebouwd kan zijn aan het einde van de 16e of eerste helft 17e eeuw. Dit wordt ondersteund door de aangetroffen gebinten in de rechterbeuk van de woning. (Noot: Een exactere bouwdatum is mogelijk te achterhalen door middel van dendrochronologisch onderzoek van de kapconstructie). Uit onderzoek van de heer H.A.J.M van Woerden (1901-1985) blijkt dat het huis voor 1601 in het bezit was van een bakker, Lenert Jeroeszn. die het op 11 augustus van dat jaar verkocht aan Lodewijck Abrahamszn., eveneens bakker maar ook herbergier en metselaar. (Noot: uit de beroepen van de bewoners kan niet afgeleid worden dat het beroep ook hier werd uitgeoefend. Het kon ook voorkomen dat de eigenaar ergens anders woonde en het pand verhuurde)

Gezien de plaats van het oudste aangetroffen metselwerk had het pand hoogstwaarschijnlijk een L-vormige grondoppervlakte. Mogelijk betrof het hier een zogenaamde herenboerderij waarbij de boer in het achtergedeelte woonde en de herenkamer aan de straatzijde was gesitueerd. (Noot: L-vormige boerderijen kunnen ook zogenaamde krukhuisboerderijen, maar dat lijkt hier twijfelachtig.  Zo ligt de brandmuur veel verder terug en komt dit type meer voor in het oosten van het land) Gezien de kapconstructie is het aannemelijk dat de ruimte oorspronkelijk geen verdiepingsvloer had.

 

In de eerste helft van de 17e eeuw verwisselde het pand regelmatig van eigenaar. Dit kan verklaren waarom in de noordgevel een deel is ingeboet met oud metselwerk, voorzien van klezoortjes in de eindoplossing. Een van de eerste betrouwbare tekeningen van dit gebied komt van landmeter Johannes Dou uit 1653. Hij geeft op de tekening aan dat in deze woning de ‘Baljuw van Oegstgeest’ woont. Dit moet baljuw Anthony van Dortmont zijn die het in 1646 gekocht heeft van de weduwe van Cornelis Jacobszoon. Na Dortmont kwam het in handen van de Baljuws Johan Wijgans (1660) en Lambertus de Ruyt (1677). Hij is de eerste die het gebied uitbreidde door aankoop van de naastgelegen herberg de Graaf Maurits en bijbehorende landerijen. Ook de boerderij daarnaast met landerijen van de erven Trompert werden door hem in 1690 gekocht.

In 1709 was het pand eigendom van predikant Petrus van den Upwich die ook de gronden en het Rechthuis kocht, waarna het gebied vermoedelijk als Hofstede Duinzicht bekend werd.

Door erving aan kinderen veranderde het pand in de 18e eeuw enkele malen van eigenaar. Op basis van de gevonden bouwsporen lijken verbouwingen in deze periode niet gebeurd of uitgewist te zijn door latere verbouwingen.

 

Toen Jan van Royen in 1803 stierf had hij de hofstede in zijn bezit door erving van zijn vader. Op zijn beurt liet hij het na aan zijn dochter Anna Margaretha Cypriana van Royen en zoon Evert Jacob van Royen die in eerste instantie onder voogdij van zijn schoonzus Margaretha Maria Berger stonden. In haar testament kregen beide kinderen niet alleen de erfenis van hun ouders waaronder de hofstede, maar ook nog ieder drieduizend gulden van hun tante. (Het Utrechts Archief, inventarisnummer: U272c019) Cypriana was getrouwd met Pieter Pieterszoon van Lelyveld, Capitein bij de schutterij van de stad Leiden. Ze woonden in Leiden, eerst aan de Breestraat en later, ten tijde van haar overlijden aan de Hooigracht. (ELO; archief 1004, inv. 46 en archief 0516, inv. 4949). Vermoedelijk hadden zij de hofstede als zomerhuis en woonden ze er niet permanent.

Gezien het metselwerk aan de noordzijde en interieurafwerkingen, in combinatie met de erfenissen, is  met vrij grote zekerheid te zeggen dat zij het pand drastisch verbouwd en uitgebreid hebben. Hierbij werd in de linkerbeuk het pand naar achteren uitgebouwd en geheel voorzien van een nieuwe balklaag en kapconstructie. Ook de lambriseringen, stucwerken, stenen schouw en binnendeuren zijn in deze periode te dateren. Tevens gaf zij opdracht aan de bekende tuinarchitect Zocher sr. om de tuin ten zuiden van het huis te ontwerpen conform de toenmalige mode.

 

Zes jaar na het overlijden van Cypriana kwam de hofstede in het bezit van Baron van Wijkerslooth. Hoewel hij voor Oegstgeest en het Nederlandse katholicisme van groot belang is geweest, lijkt van zijn invloed op het onderzochte pand nauwelijks sprake. De bouwwerkzaamheden richtten zich vooral op nieuwe gebouwen zoals een huis in de tuin, dat inmiddels weer is afgebroken. Ten noorden van de woning liet hij door Moeder Overste van de Congregatie der Religieuzen Penitenten Recollectinen van Onbevlekte Ontvangenis in Oegstgeest het huidige klooster bouwen. In klein Duinzicht, zoals de woning was gaan heten, woonde pastoor van Middeldorp tot aan zijn dood in 1872.

 

Het pand werd daarna door verschillende mensen bewoond, waaronder de dorpsdokter Petrus Biljouw. Gezien de periode dat hij hier woonde (1872-1899) heeft hij vermoedelijk enkele aanpassingen gedaan aan de woning. Zo is mogelijk de extra entreedeur in de noordgevel geplaatst als toegang tot de praktijkruimte. Ook op de zolderverdieping lijken, gezien het materiaalgebruik, enkele werkzaamheden te zijn uitgevoerd zoals een dwarsgang in het midden van de woning. Mogelijk heeft hij ook de twee rechtervensters in de voorgevel aangebracht of aangepast en een gaskachel in de rechterkamer laten plaatsen.

 

Een laatste verbouwing waarbij voor het eerst ook bouwkundige tekeningen zijn gemaakt dateert uit 1987.  Het pand werd hierbij gesplitst in twee woningen.

Heeft u vragen?

Neem  gerust  vrijblijvend  contact  met  ons  op:

Bezoekadres:
Zoeterwoudesweg 23N 
2321 GM Leiden
Postadres:
Schelpenkade 13 
2313 ZT Leiden
Telefoon:
071 5147337
Mobiel:
06 41884179  (Reinoud Boter)
email:
bureau@moned.nl

KvK-nummer: 57516006