Home

Bureau

Diensten

Projecten

Downloads

Offerte

bouwhistorisch onderzoek Leiden | t-Heerenlogement

object:

bouwjaar:

opdrachtgever:

architect:

werkzaamheden:

datum:

 

omschrijving:

Heerenlogement

1658

Gemeente Leiden

-

bouwhistorisch onderzoek

januari 2017

 

 

Het bouwblok ligt ten oosten van de Burchtgracht die tot 1294 door de Graaf van Holland in leen werd gegeven aan de familie Utenwearde. (Bron: Oerle, p.41) Vanaf dit jaar werd het terrein tussen de Burchtgracht en Hooglandse Kerkgracht en van de Oude tot de Nieuwe Rijn losgemaakt van het grondgebied van Daniel Utenwearde en verkocht aan twee Leidse burgers. Graaf Floris gaf hiermee een eerste aanzet tot stadsuitbreiding op het Waardeiland. Wat opvalt is dat de Hooglandse Kerkgracht overgaat in de Wint- of Wintersteeg maar niet doorzet tot de Nieuwe Rijn. Mogelijk werd het verkeer al omgeleid via de later genoemde Corte Nieuwstraat om zo aan te sluiten op een voorloper van de Koornbrug over de Nieuwe Rijn. De gevelwand aan de westzijde van de Burchtsteeg sloot aan op Nieuwstraat 2 waardoor het schuiner stond dan in de huidige situatie. (bron: Caerte van de NieuweStraet, daer inbegrepen die Burchsteech en Plattegrond van Pieter Bast). De Burchtpoort was maar 96 cm breed en ontsloot enkele woningen langs het Burchtgrachtje en de achterzijde van de woningen aan de nieuwe Rijn.

 

 

Het uitgeven van het terrein als stadsuitbreiding in 1294 betekende niet direct dat het gebied werd volgebouwd. De vroegste relevante bouwfasen gaan terug tot de eerste helft van de 16e eeuw. Uit verschillende bronnen is op te maken dat woningen hier in deze periode al gebouwd zijn. Behalve de verkavelingen aan de Nieuwstraat stonden de oudste (relevante) delen binnen het complex in Nieuwstraat 2. Dit pand met achterhuis komt eveneens voor op de stadsplattegrond van Pieter Bast uit 1600. Het Heerenlogement was op dat moment nog niet gebouwd. Het naastgelegen pand in de hoek was in bezit van de erven van Willem Craeken van der Laen die meerdere panden bezaten in Leiden. De tekening van Bast en nog andere gegevens maken duidelijk welk type bebouwing hier heeft gestaan. Wel is duidelijk dat op het achterterrein meer gebouwen stonden dan aangegeven op de tekening uit 1600. Deze werden ontsloten via de Burchtpoort die uitkwam op de Hooglandse Kerkgracht. (Bron: ELO, inv.nr: 67; Waarboek, 2W, fol 73).

 

 

Hoewel het complex niet op het grondgebied van de Burggraaf stond heeft het er wel invloed op gehad. De Burchtsteeg had een overwegend gesloten karakter en was op ongeveer twee woningen vanaf de hoek onderbroken door de Burgpoort met een breedte van nog geen meter. Op het achterliggende terrein, vermoedelijk waar nu de Burchtzalen liggen, pachtte Hendrick Foppensz vanaf 1637 een stuk grondgebied van de Burggraaf en ging hier bouwen (bron: ELO inv.nr.67,waarboek, 3K fol. 313) Vermoedelijk betrof het de herberg die vanaf 1649 werd gerund door Pieter de Grient (bron: VLIST, De Burcht van Leiden, p.63). Toen de toenmalige Burggraaf Claude Lamoral, Prins van Ligne, in het najaar van 1650 gevangen werd genomen bij de slag om Lens, lukte het het stadsbestuur de felbegeerde burcht in handen te krijgen. Maar men moest nog wel rekening houden met de pachters rondom het burchtterrein, waaronder de Grient. In oktober 1651 diende hij bij het stadsbestuur een ontwerp in voor de bouw van een nieuwe herberg. Het betrof een rechthoekig gebouw van circa 8 x 27 m. Gezien de afmetingen is het aannemelijker dat het hier om een gebouw zou gaan dat de oude herberg zou moeten vervangen, en niet op de plaats van het huidige logement, hoewel het ontwerp wel overeenkomsten had met deze. Het stadsbestuur zag wel de voordelen van een stadsherberg maar was het niet eens met de financiële voorwaarden die van Grient stelde. Tevens wilde zij dat stadsarchitect Arent van ’s Gravenzande een nieuw Heerenlogement zou ontwerpen. Of hij daadwerkelijk verantwoordelijk gehouden kan worden voor de bouw van het Heerenlogement is nog maar de vraag. Hij was al bijna 3 jaar uit Leiden vertrokken toen op 10 januari 1658 in de vergadering van de Burgemeesters werd besloten over te gaan op aankoop van twee woningen voor ‘te maecken eene fatsoenlijcke toegang tot den Burch en één van deselve huysen te doen bequamen tot eene herberge’. (bron: ASHV, inv.ner. 939b, fol 53v) Er zijn echter aanwijzigingen dat men al was begonnen met de bouw van een herenlogement. Stadstimmerman Cornelis Huybertsz van Duyvenvlucht die in 1652 al bezig was met diverse werkzaamheden rondom de burcht diende halverwege 1656 al rekeningen in voor het maken van ‘Kasijnen op den Burch’ en ‘aen het reemaecken van ’t houtwerck tot de kaemers op den Burch. (bron: SAII inv.nr 8733, Bijlage rekening tresorier extraordinaris, 1656). Tevens zijn er ook in de huidige situatie twee bouwfasen te onderscheiden in het Heerenlogement, namelijk de bouwdelen aan de zuid- en westzijde en het deel dat aansluit op Nieuwstraat 2. Na de officiële aankoop op 13 mei 1658 van de twee woningen werd al binnen twee maanden begonnen met de werkzaamheden. Voor de werkzaamheden werd ‘slechts’ fl. 35,13 betaald aan de timmerlieden en metselaars en Fl. 500,- voor het natuursteen van de poort.

 

 

Nieuwstraat 4 dat op de tekeningen van Pieter Bast uit 1600 wordt aangegeven als onbebouwd en voorzien van een tuinmuur, is met een woonhuis, voorzien van trapgevel, getekend op de plattegronden van Blaeu uit 1649 en Hagen uit 1670. Ook huisnummer 2 heeft hier een trapgevel wat ook mogelijk lijkt gezien de huidige raamindelingen op de verdiepingen. Beide panden hebben inmiddels een lijstgevel. Vanwege de gelijke kroonlijst met consoles mag aangenomen worden dat dit in dezelfde bouwperiode is gebeurd. Gezien de hoekoplossingen is bij nr 2 gebruik gemaakt van de bestaande gevel en alleen aan de bovenzijde opgetopt. Nummer 4 werd geheel opgebouwd. Vermoedelijk is het hele pand in de tweede helft van de 18e eeuw opnieuw opgebouwd, omdat de begane grond hoger ligt dan het maaiveld. (noot: eventueel toekomstig onderzoek in het hele pand kan hierover meer uitsluitsel geven). In hoeverre er ook ge- of verbouwd werd in andere delen van dit bouwblok waar nu het bibliotheekcomplex zit, is niet bekend en inmiddels afgebroken. Zo tekende Hagen in 1670 meerdere woningen in de Burchtpoort achter de Nieuwstraat die op de kadastrale minuut van 1832 zijn verdwenen of plaats hebben gemaakt voor pakhuizen. Achter het Heerenlogement staan enkele woningen die al aan het begin van de 20e eeuw plaats gemaakt hebben voor een nieuw pakhuis.

 

 

De aantrekkende economie aan het einde van de 19e eeuw had ook invloed op dit stukje van Leiden. Met name de families Van der Heide als Proot hebben hier hun sporen nagelaten. Herman Evert van der Heide begon in 1880 een winkel in ijzerwaren op Nieuwstraat 2. (bron: Archief tekeningen W. C. Mulder). De gevel liet hij toen nog intact. Het kleine magazijn en een van de woningen in de burchtpoort achter zijn woning liet hij op dat moment verbouwen door architect W. C. Mulder. In een periode van 37 tot 45 jaar breidde hij en zijn zonen de ijzerhandel uit met Nieuwstraat 4 (1887), Nieuwstraat 6 (1900), Nieuwstraat 8 (1906), Nieuwstraat 12 (1912), Hooglandse Kerkgracht 39 (1916) en de kleine Burchtpoort (1914 en 1917 en 1925).

De familie Proot woonde in dit gebied al voor Herman Evert hier kwam. Enkele panden in de poort waren als berging in gebruik en zelf woonden ze op Hooglandse Kerkgracht 33. In 1895 kocht J. A. G. Proot het pand Hooglandse Kerkgracht 45 en liet het verbouwen tot wijnhandel door architect J. van der Heijden. De consoles in het midden van het pand met gebeeldhouwde druiventrossen en -bladeren refereren hier nog aan. Uiteindelijk kocht Van der Heijde en ZN   de eigendommen op van Proot en lieten deze in 1920 door Mulder en Buurman verbouwen.

 

Ook het Heerenlogement, of beter gezegd Hotel den Burg, bleef niet ongemoeid. Het was een van de meest gebruikte hotels in Leiden en werd door notarissen gebruikt voor openbare veilingen en aanbestedingen. Toen de gemeenteraad in januari 1888 besloot om het Notarishuis aan de Langebrug te kopen voor de bouw van een school werd het Heerenlogement verbouwd en aan de vereniging van Notarissen verhuurd. (bron: Handelingen van de raad 12-01-1888, p. 5). Op de begane grond kwam aan de zijde van de Burchtsteeg (de Zuidvleugel) een grote verkoopzaal voor roerende goederen en langs de burchtzijde (Westvleugel) een zaal voor onroerend goed. In deze zaal werd de wand op de begane grond verwijderd waardoor het doorliep van voorgevel tot binnenplaats. Hier werden ook enkele toiletten geplaatst. De verdiepingen werden vrijwel compleet opnieuw ingericht met diverse notariskamers en een woning voor de concierge. Het oostelijk gedeelte werdt opnieuw ingericht voor de pachter van het koffiehuis aan de Burcht. Aangezien er ook enkele nieuwe kozijnen werrden geplaats mag verondersteld worden dat in deze periode ook de vensters in de buitengevels werden vernieuwd. De bolkozijnen op de binnenplaats lijken hierbij gehandhaafd.

Hoewel het Notarishuis een huurtermijn van 55 jaar was aangegaan vertrokken zij in 1927 naar Hogewoerd 144. (bron: BLAAUW, P.S.; Bulletin van de Vereniging Vrienden van Diogenes, 4 oktober 1976)

 

 

Na de stadhuisbrand in 1929 werd het Heerenlogement in gebruik genomen door de gemeente zelf ten behoeve van raadszittingen en kwam ook de hotel- en restaurantfunctie terug. Maar de staat van het pand werd steeds slechter. De bouwplannen uit 1941 onder leiding van Ir. H. van Oerle bleven beperkt tot enkele sloopwerkzaamheden. (bron: BLAAUW, P.S.; Bulletin van de Vereniging Vrienden van Diogenes, 4 oktober 1976). Uiteindelijk werd in 1976 besloten het Heerenlogement met koetshuis te restaureren en de Centrale bibliotheek hier onder te brengen. (bron: Leidse Courant 9 oktober 1978, p3) Het Logement zelf had niet voldoende ruimte waardoor ook het naastgelegen Van der Heijde-complex werd aangekocht.

 

 

De restauratie van het pand en de verbouwing van de overige gedeelten werd uitgevoerd onder leiding van architect Van der Sterre. In een later stadium werd het achterliggende pad naar hem vernoemd. Kort na de start van de werkzaamheden werd het logement getroffen door brand waarbij een groot deel werd verwoest. Met name de Westvleugel brandde vrijwel volledig uit waarbij de oorspronkelijke trap en deurlijst uit de 17e eeuw verloren gingen. Ondanks de brand besloot men verder te gaan met de restauratie. De trap en deurlijst en de kapconstructies op zolder werden exact nagemaakt en de andere ingrepen uit de vorige eeuw werden afgebroken. Het plein voor het Heerenlogement werd verbonden met het huidige Van der Sterrepad doordat het pakhuis van W.C. Mulder uit 1917 werd afgebroken, evenals de pakhuizen aan de Burchtpoort. Het hele binnenterrein werd overkapt ten behoeve van de bibliotheek. Ook werd de woning Hooglandse Kerkgracht 47 opnieuw opgebouwd en de begane grond bij de bibliotheek gevoegd.

Behalve enkele nieuwe toiletgroepen op de begane grond is de situatie sindsdien onveranderd gebleven.

 

Heeft u vragen?

Neem  gerust  vrijblijvend  contact  met  ons  op:

Bezoekadres:
Zoeterwoudesweg 23N 
2321 GM Leiden
Postadres:
Schelpenkade 13 
2313 ZT Leiden
Telefoon:
071 5147337
Mobiel:
06 41884179  (Reinoud Boter)
email:
bureau@moned.nl

KvK-nummer: 57516006